... in New York

Verslag van mijn 10-daags bezoek aan New York tijdens de periode rond Oudejaarsavond 2006.

Gezellige kerst
dinsdag 26 december 2006

De kerstvakantie is begonnen en ik ben er van overtuigd dat het twee fijne weekjes gaan worden. Maar eerst moet ik nog even de kerst door. Zoals de meesten van jullie weten ben ik geen fan van kerst. Er wordt teveel gegeten, er is weinig te doen en hoewel ik prima met mijn familieleden kan opschieten vind ik het nu niet echt een feest om met de hele groep een hele dag in de woonkamer rond te hangen. Uiteindelijk bleek het mee te vallen: de dagen voor kerst en eerste kerstdag heb ik alle losse klusjes die ik nog had liggen gedaan: toetsen nakijken, oude mails beantwoorden, wat stukken schrijven, post verwerken etc.

Op Tweede Kerstdag ben ik met mij moeder en mijn oma naar de meubelboulevard in Capelle geweest en heb ik een heerlijk nieuw bed gekocht, dat in de tweede week van januari al bezorgd gaat worden. ’s Avonds had Gerda een zeven-gangetjes diner gekookt, maar gelukkig komt wijsheid met de jaren en had ze niet veel te veel gekookt zoals in het verleden wel eens gebeurd is. Helaas was oma Ramsteijn niet zo lekker, en wilden mijn broer (Gijs) en zijn vriendin ook op tijd naar huis, dus maakten we het niet te laat. Ik heb toen mijn andere oma in Ommoord afgezet en ben met Gijs en Suzanne naar hun huis Amsterdam gereden, waar ik ben blijven slapen zodat ik de volgende ochtend op tijd op Schiphol kon zijn.

Hail to the chief
woensdag 27 december 2006

Ik heb vannacht eigenlijk niet geslapen, alleen een beetje op de bank bij mijn broer Gijs in Amsterdam blijven doezelen en poker liggen kijken. Om vijf uur heb ik thee gezet en mijn spullen verzameld en om half zes wandelde ik met mijn grote rugtas naar de bushalte. Van daar was ik met de bus en de trein binnen een half uur op Schiphol en een uurtje laten zat ik in het vliegtuig naar Detroit. Na een paar uur wachten kon ik verder en tegen het eind van de middag landde ik op LaGuardia airport in Queens, New York. Met de M20 en de M1 (dat was nog ff uitzoeken) was ik ongeveer $2 en 2 uur later op 35 West 38th Street waar het New York City Hostel is gevestigd. Tijdens de vlucht had ik gezellig naar de comedy First Daughter zitten kijken, dus diegenen onder jullie die de film kennen zal het niet verbazen dat ik nog dagen het nummer “Hail to the Chief” heb lopen neuriën. Het hostel is nogal shabby: ik heb alleen een bed en ik moet naar de 3e verdieping voor warm water. Maar aan de drie belangrijkste voorwaarden is voldaan: ik kan er prima slapen, het ligt centraal en je ontmoet er veel mensen: Laura uit Brisbane die al acht maanden rondreist waarvan een groot deel op een noodpaspoort dat bijna vol is, Seya uit Osaka die nu in Portland studeert, Darren uit Londen die les geeft in biologie aan een middelbare school en nog wat anderen waarvan de namen nog niet zo zijn blijven hangen.

Van Gogh tot Rembrandt
donderdag 28 december 2006

Vandaag ben ik met Seya in het Metropolitan Museum of Art geweest. Het museum had ik al eens gezien vanuit de bus vanaf LaGuardia naar mij hostel, dus ik wist waar het was: langs 5th Avenue bij Central Park. Ik ben ’s ochtends veel later uit het hostel vertrokken dan gepland, maar dat kwam vooral omdat we met zeven man samen gingen ontbijten en we steeds ergens op moesten wachten. Daarna ben ik met Seya en Darren naar de Grand Central Terminal gewandeld, een prachtig oud station. Daar heb ik ook mijn MetroCard gekocht waarmee ik de komende zeven dagen van alle bussen en metro’s in New York gebruik kan maken. Na de metro was het nog maar een klein stukje lopen tot aan het museum.

Mijn eerste gedachte was dat het vooral oude schilderijen zouden zijn, maar dat viel gelukkig mee. Er waren wel veel schilderijen… honderden schilderijen, waarvan een meer dan gemiddeld gedeelte afkomstig was van oude Hollandse en Vlaamse meesters: Rembrandt, Vermeer, Hals, Breughel en tientallen doeken van modernere schilders zoals Van Gogh, Renoir, Picasso (waarvan er ook nog 72 schetsen hingen) en Cezanne.

Maar op de begane grond vooral overblijfselen uit oude culturen zoals van de oude Egyptenaren, Grieken en Romeinen. Het deed een beetje denken aan het British Museum, alleen dan wat duidelijker gelabeld en geordend, maar met minder interessante stukken. Uiteindelijk hebben we het er meer dan vijf uur volgehouden en toen zakten we echt zowat door onze hoeven en zijn we naar het hotel gegaan waar Seya vanavond naartoe verhuist. Ik ben toen over Times Square terug naar mijn hostel gelopen. Tussendoor nog even een stop gemaakt bij een joodse handdoekenverkoper (een echte met zo’n baard en een zwart hoedje) en heb ik een grote zwarte handdoek gekocht, want die was ik natuurlijk vergeten. Ik ga nu zo eten met een gast uit Australië van wie ik de naam niet meer weet en dan naar een comedy club, dus het word wel gezellig!

Don't tell mama
vrijdag 29 december 2006

Dat was dus de naam van de club waar we met zijn tweeën heen zijn geweest en gezellig was het zeker. Er was weliswaar geen standupper, maar wel een echte New Yorkse piano player en een blonde dame die leuke liedjes zong. Naast ons kwamen nog twee gasten zitten die ook uit Australië kwamen dus het werd een gezellig down under reunion, met veel wijn en bier. Uiteindelijk weet ik nauwelijks meer hoe we terug zijn gekomen in het hostel maar ik weet wel dat ik binnen een minuut in slaap was.

De volgende ochtend voelde ik me dus ook niet zo denderend, maar dat weerhield me er toch niet van om op pad te gaan naar het American Museum of Natural History, een van de plekken die hoog op mijn verlanglijstje stond. Aan het museum gebouwd zit ook het Rose Center for Earth and Space Science met een planetarium en uitgebreide expositie over het universum. Het hele complex is daarmee een waar eerbetoon aan de geschiedenis van het heelal en de wereld: de gehele evolutie wordt van A tot Z behandeld, met tientallen metershoge skeletten van dinosauriërs en mammoeten, na een korte filmshow over de Big Bang kan je vervolgens de geschiedenis van het universum volgen langs een spiraalvormig pad dat naar de rest van de expositie over het universum, melkwegen en sterren en planeten leidt. Verder zijn er uitgebreide exposities over zo’n beetje alle culturen die er op aarde bestaan of bestaan hebben en nog zalen vol mineralen en edelstenen en andere geologische wetenswaardigheden. Na zes uur had ik alle vier de verdiepingen gehad, waarbij ik eerlijk moet toegeven dat ik 80% van het museum alleen op wandelpas ben doorgelopen. Als je het op je gemak wilt doen, moet je er een week uittrekken.

Het begint ook steeds gezelliger te worden in het hostel… er zitten veel Aussies, maar ook mensen uit Canada, Japan, Tunesië, Denemarken, Litouwen en weet ik veel waar nog meer vandaan. Er is altijd wel iemand die mee wil gaan eten of samen op stap wil gaan en we zijn inmiddels ook aan het inventariseren wie er op oudejaarsavond allemaal mee willen naar de wereldberoemde “ball drop” op Times Square.

Vrijheid ruikt naar kaneel
zaterdag 30 december 2006

Nadat ik gisteravond met Leesh was wezen eten bij Pax Wholesome Foods ging hij door naar een jazz gebeuren waar hij van zijn zus kaartjes voor gekregen had en ik ging terug naar het hostel. Om een uur of elf gingen Alex, Darren en Leesh nog stappen, maar Laura en ik hadden besloten ff een avondje rustig aan te doen. Nou, dat heb ik geweten: de avond draaide uit op een urenlange theologische discussie tussen een Tunesische moslim en mijzelf, geduldig aangehoord door onze vriend uit Litouwen wiens naam me even niet te binnen schiet. We zijn er niet uitgekomen of er nu wel of niet een god (of God) bestaat wat er waar is van de evolutietheorie en of het wel of niet van arrogantie getuigt om een meer anthropologische uitleg te geven aan de oorsprong en het doel van godsdiensten. We hebben de hele Koran van A tot Z behandeld, die vergeleken met de Bijbel en de Torah en vervolgens heb ik maar geconcludeerd dat ik het als het zover is wel zal zien waar ik terecht kom. Onze Tunesiër is er nog steeds van overtuigd dat ik erg zal schrikken als ik dood ben, maar ik heb hem gerustgesteld: ik schrik niet zo snel, maar ik zou wel heel verbaasd zijn als ik na mijn heengaan opeens wakker word omgeven door cherubijntjes met vleugeltjes en harpjes. Ik ga er maar even niet van uit dat de weegschaal naar de andere kant doorslaat, anders heb ik past echt vette pech.

Maar ja, het werd dus weer een korte nacht, want laat naar bed en toch de volgende dag weer op tijd op pad. Voor vandaag stond downtown Manhattan op het programma. Ik begon met mezelf $ 40,- te besparen door geen kaartje te kopen voor de boot naar het Vrijheidsbeeld, maar aan boord ge gaan van de gratis Staten Island Ferry, die tenslotte ook vlak langs het beeld vaart. Overal in deze stad hebben ze standjes waar ze pretzels en cinnamon buns verkopen, die nogal een penetrante zoete lucht verspreiden en zo ook in de vertrekterminal. De link tussen kaneelgeur en het vrijheidsbeeld zit dus na een half uurtje wachten in de terminal volledig in mijn hersens geprogrammeerd.

Vanaf Battery Park op de zuidpunt van Manhattan ben ik verder gewandeld naar Ground Zero waar ze nu bezig zijn met het memorial en de freedom tower. Aan Ground Zero is weinig te zien: gewoon een hele grote bouwput midden tussen de wolkenkrabbers, maar alles eromheen is wel indrukwekkend: kransen, briefjes, aanplakbiljetten en gedenkplaten hangen op elke vrij stukje steen. Maar het meest indrukwekkend was toch wel Saint Paul’s Chappel. Deze kapel die recht tegenover het WTC gebied staat is wonderwel gespaard gebleven tijdens de aanslag, en tijdens de reddingswerkzaamheden hebben honderden vrijwilligers vanuit de kapel de reddingswerkers ondersteund. De hele kerk hangt nog vol met foto’s en aandenken die daaraan herinneren. Heel bijzonder was ook een jonge vrouw met een prachtige stem die midden in de kerk opeens “Amazing Grace” ging zingen… de hele kerk was er stil van. Vanaf Ground Zero nog wat rondgewandeld langs het World Financial Center (en daar geluncht), City Hall, Brooklyn Bridge, Trinity Church tot ik eindelijk uitkwam bij de laatste stop downtown: Wall Street met de New York Stock Exchange. Het gebouw as prachtig versierd met een Amerikaanse vlag in kerstverlichting en verder volledig afgezet met barricades en politie-auto’s. Kennelijk vermoedt men dat dit het volgende doel van een aanslag wel eens zou kunnen zijn.

Kerken in Harlem
zondag 31 december 2006

Normaal ga ik nooit naar de kerk. Ik geloof immers niet in (een) God, dus zou het ook een beetje vreemd zijn om wel te gaan. Echter, op deze laatste zondag van 2006 besloot ik om met Laura, Lishan en Xin naar de ochtenddienst (om 9:00!) van de Abyssinian Baptist Church in Harlem te gaan. De kerk is wereldberoemd vanwege het gospelkoor. Er is zelfs een film die geïnspireerd is door dit koor, met Whoopie Goldberg als undercover politie agente, die het kerkkoor gaat leiden en het omvormt van een saaie bedoening naar een modern en levendig gospelkoor met moderne aansprekende teksten en die daarmee de kerk weer helemaal vol krijgt. Zelfs de paus is in de film onder de indruk van het gezang en klapt enthousiast mee.

Hoewel de werkelijkheid natuurlijk heel anders is, zat één ding er niet zo ver naast. De meeste kerken krijgen de banken niet vol, maar die ene keer in mijn leven dat ik besluit naar een kerkdienst te gaan op zondagochtend was kennelijk de rest van New York op hetzelfde idee gekomen. Er stond dus een rij van drie blocks lang en een medewerker van de kerk durfde het achterste gedeelte van de rij wel te vertellen “You can wait if you wan’t, but I can assure you, you won’t get in today!”

We hadden dus nog veel vroeger moeten zijn. We hebben dus de rest van de ochtend wat door Harlem gelopen, een interessante buurt maar gelukkig niet zo erg als je vaak op TV ziet, en zijn daarna onverrichterzake teruggekeerd naar het hostel. De rest van de middag hebben we daar wat gechillt en rondgehangen. Ik ben nog even langs het VN gebouw geweest, maar op de toer wachten duurde te lang en ik wilde op tijd naar Times Square voor het grote gebeuren.

TEN, NINE, EIGHT… HAPPY NEW YEAR!
maandag 1 januari 2007

Gelukkig nieuw jaar allemaal. Inmiddels zijn reeds honderden onbekende jullie voorgegaan in het ontvangen van deze nieuwjaarswens, want het was gisteravond een fantastisch feest op Times Square. Ik was er om een uur of vijf ’s middags en ik laat bewust het woordje “al” weg, want voor New Yorkse begrippen is dat nog maar net op tijd. Al om elf uur ’s ochtends zaten er honderden mensen met klapstoeltjes en thermoskannen te wachten. Gezien mij relatief late aankomst had ik een prima plek, onder de Pontiac garage waar alle band speelden. Helaas waren mijn vrienden uit het hostel met wie ik daar heen was gegaan wat minder gelukkig, want die kwamen achter de barriere terecht waar ze nog wel prima zicht hadden maar waar het later bleek wel veel minder gezellig te zijn en de muziek minder hoorbaar.

Wie de ervaring enigszins wil kunnen delen moet de video’s komen bekijken want met foto’s en tekst is het nauwelijks over te brengen hoe leuk het is om met één miljoen mensen (dankzij het relatief warme weer dit jaar) zeven uur te wachten tot de klok twaalf staat. Ter vermaak had men echter tussen zes uur en middernacht in totaal 23 optredens gepland waaronder Panic at the Disco, POD, Chemical Brothers, Toni Braxton en Christina Aguilera.

De mensen deelden pizza’s, dansten samen op de muziek en waar ik stond konden we warme chocomel en koffie krijgen. Ik heb nog een paar Nederlanders ontmoet, en studenten uit Utah en Macedonië en ondertussen druk met Alex Murray ge-SMSt die achter de barriere stond en geen eten kon krijgen, terwijl ik mijn kont warmhield door op de tweede helft van de pizza te gaan zitten (in de doos uiteraard) want dat ding was zo groot dat de eerste helft al meer dan een hele maaltijd was.  Elk uur oefenden we met één miljoen mensen te countdown en tussen zes en middernacht wensten wij Parijs, Londen, Kaapverdië, de Bahama’s en Newfoundland één voor één een “happy new year”. Op grote schermen kon je alles volgen wat overal gebeurde en het was kort samengevat gewoon één groot megafeest. Om twaalf uur vond natuurlijk de traditionele balldrop plaats, waarbij een kleine aluminium bal tijdens de countdown langzaam naar benden zakte op Times Square no 1 (op zichzelf niet heel spectaculair) en iedereen keihard mee aftelde tot het nieuwe jaar en spontaan daarna uitbarstte in rondedansen en omhelzingen.

Dat ging nog ruim een half uur door waarna men zich langzaam begon te verspreiden. Een goed uur later was ik weer in het hostel en verenigd met mijn deze week gemaakte vrienden “from all over the world” en het werd uiteindelijk toch nog tegen vieren voor ik mijn bed opzocht.

NYC Hostel close-down party
dinsdag 2 januari 2007

We zijn het hostel uitgezet. Eigenlijk moet ik dat beter formuleren: de politie heeft het hostel gesloten, dus moesten we allemaal vertrekken. De afgelopen vierentwintig uur heeft mijn tripje een beetje een bizarre wending gekregen. Maar laat ik bij het begin beginnen.

Na een lange nieuwjaarsnacht ben ik ’s ochtends uit blijven slapen en heb ik daarna wat rondgehangen in het hostel. Het was wat regenachtig buiten en iedereen was nog moe van oud en nieuw. Ik had ondertussen Richard leren kennen, een gozer uit de buurt van Marseille, met wie ik tegen het eind van de ochtend samen wat zou gaan eten in de buurt. We hebben wat rondgelopen, zijn onder andere bij de beroemde kerstboom bij het Rockefeller Center wezen kijken, en daarna hebben we wat gegeten en zijn we teruggelopen naar het hostel. Om drie uur vertrok Richard want hij moest een vliegtuig halen, dus ik heb nog even wat rommeltjes gedaan en ging toen kijken of Alex op zijn kamer was, want we hadden het plan om vanavond misschien naar een comedy club te gaan. Zoals zou blijken zouden we voor comedy de deur niet uit hoeven.

Rond vier uur kwam ik bij Alex zijn kamer op de derde verdieping (de receptie en de meeste kamers waaronder de mijne zijn op de vijfde) en bleek zijn deur op slot te zitten. Tenminste, dat dacht ik en dat verbaasde mij, want Alex had er nog over geklaagd dat hij geen slot op zijn deur had. De meesten van ons trouwens niet. Toen ik echter na herhaaldelijk kloppen geen reactie kreeg nam ik aan dat Alex er niet was en ging ik terug naar boven. Niet veel later kwam Alex alsnog opdagen. Hij was samen met Laura op stap geweest. We kletsten wat in de lobby en ik vertelde hem dat het me verbaasde dat zijn kamer op slot zat. Ook hij was verbaasd, want hij had hem niet op slot gedaan. Dus ging hij maar eens kijken en stond hij even later met een volledig opengesneden rugzak weer op de vijfde: er was ingebroken op zijn kamer en zijn I-Pod en nog wat elektronica waren gejat. Al gauw bleek dat ook de kamer ernaast was geplunderd en daar was o.a. een PDA gestolen. De deur was met geweld geforceerd hoewel die dus niet op slot had gezeten, maar was daardoor wel klem komen te zitten. Het hele hostel dus is rep en roer waarop we Ari sommeerden de politie te bellen.

Ari is de jongen die het hostel runt. Hij is student en doet het als een vriendendienst voor een vriend van de eigenaar en hij krijgt er niks voor. Hij doet het inmiddels al zo’n vier weken lang, 24 uur per dag, zeven dagen per week. Ik weet niet wat Ari bezielt om dat te doen, maar hij zegt dat het goed op zijn CV staat. Ik denk dat hij het nu beter weg kan laten gezien hoe het verhaal zich verder ontwikkelde. De politie die even later arriveerde was namelijk “not amused”. Ze noemde de beveiliging van het hostel beneden alle peil, en gebruikten verder termen als “death trap” en “fire hazard” om de staat te beschrijven waarin het hostel zich bevindt. Hoewel wij het er wel over eens waren dat niet alles volgens de voorschriften was, en dat de faciliteiten ver beneden peil waren, ging mij dat wel iets te ver. Toen echter bleek dat het pand niet over de juiste vergunning beschikte en eigenlijk een woonbestemming had, was het echter over: de politie gaf aan de zaak te sluiten. Omdat het al laat was mochten we allemaal nog een nacht gratis blijven, maar de dag erna ging de tent dicht.

Nu was de chaos natuurlijk helemaal compleet. Ari had het helemaal gehad met zijn baas, en gaf ons allemaal een deel van ons geld terug (voor mij $ 100,- contant in de hand). De rest van het geld in kas hebben we ’s avonds gebruikt om een feestje te bouwen met alle mensen die besloten nog een nachtje te blijven, allemaal samen op de vijfde verdieping. Dus Ari en een vriend zijn bier, wijn, soft drinks, koekjes, snoep, snacks etc., gaan halen en we hebben een grote close-down party georganiseerd. Ik heb gewalst met Laura, er werd gesalsa’s, diepe gesprekken gevoerd. Er kwam opeens ook nog een fles tequilla tevoorschijn die al snel achterover geslagen werd en het werd dus een waardige afsluiting van het bestaan van het New York City Hostel. Ik geloof niet dat het snel weer open zal gaan.

Pas na 4:00 was ik gaan slapen, maar de volgende ochtend stond ik toch al om 10:00 naast mijn bed. De exodus, die de avond ervoor al begonnen was nam nu enorme proporties aan: de lobby op de vijfde stond vol met rugzakken van vertrekkende gasten en er waren op een gegeven moment nog maar acht gasten over, toen ik samen met Alex vertrok met bestemming Amsterdam Avenue, waar het hostel van Hostelling International staat waar wij tot zaterdag zullen verblijven.

Omdat we pas om 16:00 vanmiddag konden inchecken, zijn we nog even de toer gaan doen door het complex van de Verenigde Naties aan First Avenue. De rondleiding was erg interessant en het was heel bijzonder om in de zalen te komen waar normaal de veiligheidsraad en de algemene vergadering van de verenigde naties (met meer dan 1000 zitplaatsen voor vertegenwoordigers van alle 192 lidstaten) vergaderen. Verder hebben we wat door de stad gewandeld totdat we zojuist in ons nieuwe, veilige hostel zijn ingecheckt.

Concluderend kan ik alleen maar zeggen dat ik het enorm naar mijn zin heb gehad in het NYC Hostel en dat we het hostel op een waardige manier ten grave hebben gedragen. Maar 35 West 38th street zal toch altijd een bijzonder plekje in mijn herinnering blijven houden.

King of Queens
woensdag 3 januari 2007

Na de dag gisteren afgesloten te hebben met een lekkere maar overvolle maaltijd bij de Turk op de hoek, had ik vandaag New York Science Hall op het programma staan. Maar zoals wel vaker lopen de zaken niet zoals gepland. Toen ik om 12:30 aankwam bleek de sluitingstijd 14:00 te zijn vandaag, dus besloot ik maar om een andere dag terug te komen.

Nu ligt de NY Science Hall gelukkig in een groot park in Flushing, Queens (je weet wel, waar ook de nanny vandaan komt) dus heb ik heerlijk door het park gelopen waar in de jaren dertig voor het eerst en in de jaren zestig voor de tweede maal de wereldtentoonstelling werd gehouden. Een grote stalen wereldbol, de unisphere herinnert daar nog aan.

Verder heb ik nog wat door de wijk Astoria gewandeld, ook in Queens, door het Socrates Sculpture Park waar allerhande absurdistische, experimentele kunstwerken staan en waar je een prachtig uitzicht hebt over de skyline van Manhattan. Sowieso was Queens de moeite waard. De metro rijdt hier namelijk bovengronds, zodat je onderweg een prachtig overzicht hebt over dit deel van New York.

Over de zoektocht naar en de zin van het leven
donderdag 4 januari 2007

Vanmorgen ben ik op tijd opgestaan om terug te gaan naar de Science Hall. De eerste vleugel waar ik heenging was gewijd aan de zoektocht naar leven buiten de aarde. Mogelijke opties die werden bekeken waren ondergrondse waterlagen op Mars, de oceanen van Europa (een maan van Jupiter) en de zwavelhoudende vulkanische modder van Tito (een maan van Saturnus). Bij elk van deze mogelijkheden werd een vergelijking getrokken met bepaalde aardse levensvormen zoals die voorkomen in diepe mijnen in Afrika of in zwavelhoudende modder in Yellowstone Park. Bij het naastgelegen educatie-centrum was een teacher’s corner waar ik uitgebreid in gesprek raakte met een gepensioneerde dame die daar als vrijwilliger werkte en die jarenlang zelf les had gegeven. We hebben zeker een half uur gesproken over hoe je wetenschap in de klas het best zou kunnen behandelen en ik heb verschillende Amerikaanse lesmethoden bekeken. De rest van de science hall was machtig interessant: optische en audio-experimenten, prachtige en eenvoudige demonstraties van ingewikkelde wiskundige theorieën, grote atomen aan het plafond en vooral heel veel dingen waar je aan kon zitten en mee kon spelen. En al met al had een en ander een verbazingwekkend hoog niveau. De gemiddelde leeftijd van de bezoekers was rond de zeven of acht jaar (begeleid door ouders uiteraard), maar er werden ook zaken uitgelegd zoals quantumtheorie, dna-structuren, atoom- en molecuulbouw, diffractie en interferentie van lichtgolven en meer van dat soort zaken. Ik weet zeker dat mijn 5 HAVO leerlingen er nog een hoop van zouden hebben kunnen opsteken.

Zoals gebruikelijk moest ik tegen sluitingstijd weer eens zo ongeveer de deur uitgesleept worden (er werden zelfs nog grapjes gemaakt over het neerzetten van een stretcher), maar toen ik eenmaal buitenwas en geluncht had bij een lokale diner, heb ik de rest van de middag gebruikt om door Chinatown te wandelen. Daar kwam een hele andere kant van het leven naar voren: het gebrek aan respect voor levende wezens. De levende kreeften in de aquaria waren al erg genoeg, zeker als je weet dat ze levend in kokend water gaan, maar dat ze ook gewoon kleine, nog levend kreeften in grote bakken zonder water op straat zetten voor de verkoop, met bewegende schaartjes en alles, dat gaat mij toch een paar stappen te ver. Waar aan de ene kant van New York de zoektocht naar leven, als is het maar microbisch, als een heilige graal wordt gepresenteerd wordt het respect voor leven aan de andere kant van de stad met voeten getreden.

We weten nu hoe de New Yorkers omgaan met microben en met kreeften, maar hoe staat het met de zorg voor de homo sapiens? Tijdens nieuwjaar zijn volgens een gratis krantje veertien mensen in deze stad neergeschoten, waarvan er één is overleden. Toch staat het menselijk leven op papier kennelijk toch in wat hoger aanzien bij de Amerikanen getuige het bord hiernaast dat bij de oprit van Brooklyn Bridge boven de weg hing: ook hier moet je gewoon je riem om!

Natuur & Techniek
vrijdag 5 januari 2007

Gisteravond was ik ook al weer niet al te vroeg naar bed gegaan want ik was nog even de stad in geweest. De avond ervoor was ik naar de film Eragon geweest, maar die viel een beetje tegen. Dit weerhield mij er niet van om al weer vroeg op pad te gaan, samen met Alex. Het was tenslotte de laatste volledige dag in New York. De eerste stop was het Rockefeller Center, waar je helemaal naar de top van het dak kunt. En met bovenop bedoel ik ook helemaal bovenop, waar de antennes en de schotels staan. Het was een beetje bewolkt, maar het uitzicht was nog steeds fantastisch: aan de ene kant downtown Manhattan met het Empire State Building en in de verte het vrijheidsbeeld en aan de andere kant een prachtig uitzicht over Central Park.

Na The Rock naar het Apple center, waar je de nieuwste I-pods, I-macs en andere Apple producten kan uitproberen. Vervolgens hielden we even een korte tussenstop bij Starbucks voor een hot chai tea latte (gewoon thee met melk dus, wat ik thuis ook drink) en daarna door naar het Sony Wanders Technology Lab. De rij was echter veel te lang, dus we hebben alleen de showroom bekeken, met prachtige groot formaat breedbeeld wallscreens met surround sound waarop de nieuwste blue ray disc films werden afgespeeld. Een ware multimedia ervaring dus… even sparen voor zo’n setje in mijn eigen slaapkamer.

Met al die technische en elektronische hoogstandjes achter de rug werd het tijd voor rust en natuur, dus op naar Central Park. Hoewel het natuurlijk winter is, is het de warmste winter in 150 jaar hier. De krant meldde gisteren al dat het voor het eerst sinds 1870 op 4 januari nog niet gesneeuwd had en dat daarmee een nieuw record gevestigd was. Vandaag stond er dat 2007 waarschijnlijkt het warmste jaar op aarde gaat worden sinds het wordt geregistreerd midden achttiende eeuw, door een combinatie van broeikaseffect en El Niño. De verwachtte temperatuur voor morgen is 18 °C, terwijl het hier normaal rond de jaarwisseling sneeuwt.

Grappig is wel al het dierenleven dat je vindt midden in een van de grootste en drukste steden van de wereld: vooral eekhoorns zie je echt overal, niet alleen in Central Park, maar overal waar je een lap gras ter grote van een tennisbaan met wat struiken en bomen hebt schieten die beesten overal heen en weer. Er schuw lijken ze ook niet te zijn maar ze aaien dat lukt niet en ik weet ook niet of dat verstandig is. De wandeling door Central Park eindigde bij het hostel op Amsterdam Avenue (ik moet nog een foto maken van dat bordje). Vanavond wordt mijn laatste avond en eindelijk komt het er van: ik ga met een groep naar een stand-up comedy club, iets wat ik me al een hele tijd had voorgenomen. Ik zal dus pas weer zondag als ik thuis ben in de gelegenheid zijn om wat te schrijven… en dan wordt het tijd om die 120 minuten videotape te gaan verwerken.

Mal voyage
zondag 7 januari 2007

De comedy club was heel aardig. Een aantal beginnende standups kreeg steeds ongeveer 10-15 minuten het podium voor een korte act. Een was jarig, dus we kregen ook nog gratis taart! We waren met een hele groep voornamelijk Australische meiden, allemaal uit ons nieuwe hostel aan Amsterdam Avenue en 103th street en die konden helemaal hun lol niet op. De volgende ochtend had ik nog een paar uurtjes te doden en ben ik teruggegaan naar het American Museum for Natural History om daar nog een film, ”Cosmic collisions” te zien in het planetarium. Prachtige show, formidabele animaties over het ontstaan van de maan, botsingen tussen sterren en door elkaar heen dansende melkwegstelsels. Toen ik buiten kwam was het een graadje of zestien, dus moet je je voorstellen: op 6 januari, als het normaal sneeuwt en vriest, zat iedereen in zijn t-shirtjes op de bankjes in Central Park. De kranten staan hier vol over Global Warming.

Mijn vlucht zou overigens om 16:50 vertrekken. Het inchecken online ging al mis: ik kon geen ticket printen en de keuze voor de stoelen was ook al erg beperkt. Maar ja, dat zijn kleinigheden. Hoewel ik dus ruim op tijd vertrok uit Manhatten naar JFK Airport zat echt alles tegen: de metrolijn die ik nam had dat weekend onderhoud gepland, ik belandde op het eerst op het verkeerde perron, de alternatieve metro reed slechts eens per twintig minuten, en diegene die als eerste kwam had natuurlijk net weer een andere bestemming (zeg maar metro Zevenkamp als je naar Ommoord moet, voor de Rotterdammers), dus weer twintig minuten wachten, dan wachten op de Air Train en uiteindelijk om 15:52 bij de incheckbalie van Air France. Staat daar dus net een man iets van een bordje weg te vegen, a ja hoor, de check-in voor vlucht AF023 was net gesloten. Meldt u zich maar bij de ticketing balie.

Gelukkig was de juffrouw bij de ticketing balie er vriendelijk: één telefoontje naar de gate en beloven dat ik hard zou rennen als ik door de controle was, en ik mocht toch nog inchecken. Snel mijn tas gelabeld en ondertussen een customer feedback formuliertje ingevuld met allemaal pusjes voor het baliepersoneel van Air France. Daarna in de rij voor de poortjes, gelukkig niet al te veel gezeik over mijn tas en het duurde maar en duurde maar… Toen ik uiteindelijk door de controle heen was rennen naar pier 31, die natuurlijk helemaal achterin zat en om 16:45 belandde ik bij de gate en mocht ik als laatste passagier nog net plaatsnemen op stoel 31D. Bij Air France draait er dus echt helemaal niks zinning op het entertainment systeem, dus na de Trivia quizz geprobeerd en afgekeurd te hebben (te traag, teveel gericht op Amerikanen) heb ik dus eindelijk flink vooruitgang geboekt in mijn boek waar ik tijdens de afgelopen week maar mondjesmaat aan toegekomen was.

Twee uurtjes overstaptijd op Charles de Gaulle in de vroege ochtend was precies genoeg tijd om even wat te eten, wat SMSjes te sturen en het Financieel Dagblad te lezen en een uurtje daarna stond ik weer op Schiphol en razendsnel met de NS op Rotterdam CS alwaar Wim en Gerda mij samen kwam ophalen, want openbaar vervoer op zondagmiddag dat blijft toch echt iets voor New York.

Maarten