... op survivalhike in Noorwegen

Asbjørn Simonsen is 70 jaar en woont in Stavanger. Deze stad aan de zuidwestkust van Noorwegen is met 120.000 inwoners de vierde stad van het land en staat vooral bekend om de vis- en olieindustrie. De omgeving van Stavanger bestaat uit reusachtige fjorden die tientallen kilometers het land in snijden. Het terrein is als een gebergte dat onder water is gelopen. Steile bergen staan met hun voeten in het water terwijl de sneeuw als roos op hun reusachtige schouders ligt. Smeltend baant het ijs zich in kleine stroompjes tot steeds groter wordende riviertjes een weg langs de helling en voedt daarmee de bossen die de rotswanden en de plateau’s bevolken.

Ik kwam Asbjørn voor het eerst tegen vorige week maandagochtend. Met vijf vrienden van de stam was ik in Noorwegen en we gingen een paar dagen op survival hike. Na een autorit van twintig uur vanuit Rotterdam en een overnachting in een prachtige blokhut met uitzicht op het veer van Oanes en de monding van het Lysefjord. We hadden net de auto’s geparkeerd en min of meer besloten welke kant we zouden opgaan toen een wat oudere man met een wandelstok zijn auto langs de weg parkeerde en wegliep in onze richting. De lichten van zijn auto brandden nog en een opmerking van onze kant maakte al snel dat we in gesprek raakten. We vroegen hem tips over de looproute en hij overlaadde ons met informatie over trekkershutten, open veldjes etc.

Hutje in het bos
De tweede keer dat we Asbjørn tegen het lijf liepen was enkele uren later. Na een slopende toch door berg en dal, dalend en klimmend lange steile hellingen en volledig doorweekt en verkleumd door de aanhoudende regen kwamen bij een prachtig meertje midden in de bossen tussen de bergen van Jørpeland. Aan de zijkant van het meertje, aan een open stukje helling, spotte ik een rood huisje dat ik herkende als het huisje dat Asbjørn had beschreven als dat van zijn schoonvader. Terwijl we even uitpufden aan het meer bij het huisje liep ik naar boven en kwam de zeventigjarige zwaaiend naar buiten en gebaarde dat we binnen mochten komen en dat de thee klaar stond. Hij had een andere weg genomen, en was geruime tijd eerder gearriveerd. Dankbaar maakten we van het aanbod gebruik en verwarmden ons een uur lang aan de houtkachel, de warme thee en de koekjes, luisterende naar Asbjørn’s verhalen over het gebied.

Na een uurtje was het tijd om verder te trekken. Begeleid door Asbjørn, of beter gezegd: geleid door Asbjørn trokken we in snel tempo de volgende bergrug op. Op de top nam hij afscheid en wij pauze, want zijn slopende tempo was voor onze groep niet goed bij te houden. Zijn inschattingen van looptijden waren gebaseerd op zijn 50-jarige ervaring met het gebied en hield geen rekening met een stel strompelende stumperds uit Nederland die de bergen toch niet echt gewend zijn. We besloten dus toen de avond begon te vallen maar niet door te lopen naar de gratis blokhut maar neer te strijken bij de oude zaagfabriek. Die was door opgezet door ene Heinrich, een duitse misdadiger die zich daar in de eerste helft van de vorige eeuw in de bossen had verstopt en daar een eigen bedrijfje had opgezet. In het huisje van Asbjørn had hij ons de oude zwart-wit foto’s al laten zien, maar nu konden wij onze tenten opzetten onder de resten van het oude kabelbaantje waarme goederen van de zagerij naar de waterkant onderaan de helling werden getransporteerd. Terwijl de volgende bui op kwam zetten, zetten wij snel onze tenten op en al snel trokken we ons voor de rest van de avond terug in de warmte tentjes, terwijl de regen langs de helling stroomde.

De tweede dag
De volgende ochtend werden we aangenaam gewekt door een frisse lentezon die ons de gelegenheid gaf om tassen, kleren, tenten en andere bagage te drogen. De rest van de ochtend werd dus doorgebracht op de helling, waar Guido volgens de aanwijzingen in zijn ietwat vochtige survivalboek van Ray Mears de wandelstokken keurig van hun schors ontdeed, zodat ze niet misstaan zouden hebben in een lokaal souvenirwinkeltje. Het begin van de route van vandaag was een steile klim omhoog die voor sommigen in het gezelschap (waaronder ik zelf) tot het inzicht leidde dat warmlopen aan het begin van een tocht voortaan niet zo’n slecht idee was. Tsjonge, wat trok ik die helling slecht zeg! Nou weet ik van mezelf dat hellinkje op niet mijn sterkste kant is, nu weet ik dat ik slecht bagage kan selecteren en dus met een vrij zware rugzak liep en ter verdediging kon ik nog wel aanvoeren dat ik de nestor van het gezelschap was (of de ouwe lul, zoals sommigen met weinig eerbied voor hun senioren liever schijnen te zeggen) dus ik was erg blij toen we daarna weer een wat vlakker stuk hadden.

Ons verbazend over de afwisseling in landschappen: meren, riviertjes en watervallen, rotsplateau’s met afwisselend prachtig uitzicht of dichte mist, naaldbossen en velden met en zonder struikgewas, drassig of meer heideachtig, kwamen we na veel langer lopen dan gedacht (en via een onbewuste omweg) aan bij de blokhutten waar we de avond daarvoor volgens Asbjørn makkelijk hadden moeten kunnen zijn. Van daar af was het voornamelijk een klimpartij langs een steile helling naar het veer van Songesand. Daar zetten we aan het begin van de avond onze tenten op langs het water en maakten thee en worstje klaar boven een met moeite aangelegd kampvuur. Nat hout blijft nat hout.

Het koninginnedagdrama
De volgende dag, na een frisse duik in het brakke water van het Lysefjord en na zoet water te hebben aangevuld in het naburige riviertje, braken we rustig onze tenten af. Michel had de avond ervoor en die ochtend al getracht telefonisch informatie te krijgen over transportmogelijkheden via het veer, maar meestal werd er niet opgenomen. Via de tijdtabel bij de steiger werd duidelijk dat tweemaal per dag de veerboot die het Lysefjord doorvaart de steiger aandeed en vanaf dat moment was het dus wachten op de veerboot naar Forsand. Terwijl wij genoten van de rust en de natuur speelde zich in Nederland een nationaal drama af. De eerste berichtjes kwamen binnen via Twitter: aanslag tijdens de koninginnedag in Apeldoorn. Via mobiel internet was weinig meer informatie te krijgen. Maar later kwamen ook SMS-jes binnen: koninginnedag afgelast, er waren door te betreuren. Later korte ANP berichtjes op de mobiele nieuwssites maar de impact in Nederland werd eerst nog niet duidelijk.

De tocht met de veerboot door het Fjord was zeer de moeite waard. Door de route van de ferry hadden we het geluk eerst helemaal naar Lysebotn aan het einde van het fjord te varen en daarna terug door het fjord naar Forsand. Het uitzicht vanaf het veerbootje was spectaculair: varen in een smalle kloof tussen steile rotswanden met sneeuw op de hogere helling en ijsriviertjes die zich onder een donderend geraas langs de helling naar beneden stortten. Een grote steen, vastgeklemd in een rotskloof op grootte hoogte waar we al eerder foto’s van gezien hadden en natuurlijk het proberen te spotten van de Preikestolen, die voor de volgende dag op het programma stond. Die avond sliepen we weer bij het veer van Oanes in onze sjieke blokhut.

De Preikestolen
De wandeling naar de Preikestolen viel dit keer enorm mee. Na drie dagen onderweg te zijn geweest met bepakking was het alsof we nu zonder tassen huppelend de berg op vlogen. Zelf had ik de tocht een paar jaar geleden al eens eerder gelopen met een vriend van mij en wat ik me er van herinnerde bleek allemaal nu enorm mee te vallen in het perspectief van onze wandeltocht de dagen ervoor. We waren vroeg vertrokken en kwamen dus als eersten die dag op de Preikestolen aan: een overhellend rotsplateau op ruim 600 meter boven het fjord waar je recht over het randje naar de waterkant kan kijken. Het uitzicht over de omringende bergen is fabuleus en fototoetsellen en videocamera’s domineerden de eerste minuten de activiteiten. Na genoten te hebben van een lichte lunch met prachtig uitzicht besloten we na een uurtje terug te gaan lopen, net toen de eerste andere hikers de Preikestolen hadden bereikt. Op de terugweg kwamen we meer groepjes tegen die we konden vertellen dat het allemaal de moeite waard was. Met Sytske voerde ik een lange conversatie over fantasy literatuur en films en de gelijkenis van het landschap met wat we zien in films als Lord of the Rings of de slechte verfilming van het overige goede boek Eragon.

De rit van Stavanger naar Bergen gaat vlak langs de kust. Soms heb je het gevoel dat je meer aan het eilandjoppen bent, dan aan het rijden: lange bruggen worden afgewisseld met nog langere durende overtochten met allerlei pontjes waar je soms een half uur op moet wachten. Wel levert dat automatisch pauze’s op waarin gesnackt kan worden en plaspauzes zijn verder overbodig. De diverse AM radiozenders uit Noorwegen, Zweden, Schotland en Ierland spraken tussen de muziek door vooral over de “swine flu” en de eerste Nederlandse gevallen, die samen met het koninginnedagdrama ons nieuws beheersten. Op de videoschermen op de veerboten kwamen in de nieuwsbalk onderin beeld regelmatig de woorden Apeldoorn en Beatrix naar voren, dus langzaam maar zeker kregen we door dat “het nieuws” ook de wereldpers had gehaald. Na een lange rit/vaartocht langse de Noorse kust kwamen we in het begin van de avond aan in Bergen, waar we in ons hostel dankzij de open WiFi verbinding voor het eerst de volledige filmpjes op YouTube konden zien van de Suzuki Swift en de koninklijke bus en het kleine, maar sinds vorige week o zo prominente monument de Naald.

Russ in Bergen
In de stad Bergen, waar ik die avond op een terrasje mijn gehele pokerwinst van twee avonden ervoor mocht uitgeven aan een rondje (gemiddelde prijs van een drankje ligt rond de zes tot acht euro) was het ondertussen “Russ 2009”, de viering van het einde van de middelbare schooltijd van de examenkandidaten waarin de jeugd in zelfgemaakte rode (of soms anders gekleurde) tuinbroeken half dronken door de stad rent, springt en soms zelfs kruipt. Dat schijnt bij elkaar bijna een week te duren maar die ene avond was al genoeg om onze Nederlandse kolderdag in een schraal daglicht te stellen. Stiekum waren we wel blij dat we niet in Nederland waren, waar de hele koninginnedag en de dagen daarop beheerst werden door de waanzinnige actie van één gek en waardoor de collectieve rouw die er op voglde zorgde dat iedereen die blij was of feest vierde op zijn minst voor idioot werd versleten. Mijn Twitter dat ik gezellig op een terras in Bergen van het uitzicht genoot werd dan ook beantwoord met de vraag of ik wel wist wat er in Nederland gebeurd was.

Zaterdag was de dag om Bergen te bekijken. Dit voor Noorse begrippen forse stadje was in de hoge middeleeuwen de hoofdstad van het Noorse vikingrijk, tot aan de unie met Denemarken, hoewel het ook toen nog jaren hoofdstad bleef van het noordwestelijke rijksdeel, totdat Oslo deze taak overnam. De Bryggen, de oude middeleeuwse werfhuisjes met tusssenliggende steegjes, behore n tot de lijst met werelderfgoederen van Uneso en het kleine kasteeltje aan het eind van de haven wordt nog steeds gebruikt. De rest van de stad was niet heel bijzonder maar cultureel wel interessant: de typische Scandinavische houtbouw, die vooral opvalt in de houten kerken, jongeren die in een park een of ander spel speelden met ballen en blokjes die omgegooid moesten worden terwijl aan de andere kant van het park stevig gedeald werd in drug en autoradio’s. Met een gezellige maaltijd in een restaurantje in het centrum sloten we onze Noorwegen expeditie af om de volgende dag de langs terugreis in één ruk naar Nederland in te zetten.

Als het land er nog maar ligt...
Vroeg uit de veren en om zeven uur vertrekken om de veerboot vanuit Kristiansand naar Denemarken te halen. Al snel werden onze twee auto’s door de TomTom’s een andere kant uitgestuurd, maar beide kregen we te maken met oponthoud bij de veerboot op zaterdagochtend. We volgden dit keer een routee meer landinwaarts, door het bergmassief, in plaats van langs de kust. Maar na dit oponthoud kwamen we al snel langs de meeste fantastische landschappen: watervallen die zich over de weg leken uit te storten, prachtige valleien, wilde rivieren en tot slot natuurlijk de besneeuwde toppen en vlaktes van het Noorse hoogland. Ook cultureel gezien waren de houten huizen en vooral natuurlijk de beroemde Noorse staafkerkjes overal te zien. Onderwijl werd in onze auto druk gediscussieerd over de psychologische en filosofische kanten van het buddhisme. Willem heeft zich hier de afgelopen tijd in verdiept en het buddhisme heeft ook wel mijn vornamelijk academische en culturele interesse. Ik ben veel in aanraking gekomen met het buddhisme in landen als Japan en Nepal en kon dus redelijk meepraten. En vanuit de psychologie had Guido ook een aantal aardige invalshoeken en dat leidde tot interessante botsingen tussen Guido’s psychologische modellen, Willem zijn buddhistische leer en mijn natuurwetenschappelijke benadering van spirituele zaken.

Youp van ’t Hek sprak ooit op een conference terwijl Nederland op dat moment een demissionair kabinet had de wat cynische woorden van een fictieve Nederlandse man tegen zijn vrouwe vlak voor ze op vakantie gingen: “Nou schat, als het land er nog maar ligt als we terugkomen.” Na de oversteek per veerboot naar Denemarken, tijdens de vele uren rijden door Denemarken en Duitsland zag ik de beelden van koninginnedag en de Mexicaanse griep nog voor me... Het grijpt je aan, maar stiekum ben je ook maar weer blij dat je er niet bij was en lekker van je vakantie kon genieten. En toen we rond 3 uur ’s nachts bij Enschede de Nederlandse grens overstaken was ik toch maar wat blij dat ons landje er nog lag.