... langs de Nijl

Aankomst in Khartoum

Maandag 10 juli 2006
Zelfs bij meer dan veertig graden vallen de muggen in Sudan niet dood van het dak. Tot die conclusie kwam ik al snel toen ik het vliegveld van Khartoum verliet en op zoek ging naar vervoer naar het centrum. Als budget traveller vond ik de taxi te duur, dus ging ik eerst maar een stukje wandelen met bepakking. Bij Africa Road besloot ik een bus te nemen voor 30 dinar. Bedenk daarbij dat 1000 dinar ongeveer € 3,60 is dan snap je dat ik voor dat bedrag niet bij 40 graden met 25 kg bepakking de halve stad door wilde lopen. Gelukkig had ik al wat dinars geregeld op het vliegveld. Het budget hotel dat ik op het oog had was vol, maar gelukkig kon ik een straat verder terecht in een iets duurdere accomodatie (met airco!).

Nadat ik had uitgepakt wilde ik kijken wie mijn mede-gasten waren in het hotel en toen bleek de lobby vol te zitten met Nederlanders! Ik was bijna spontaan teruggevlogen, maar na even kennis gemaakt het hebben bleek het te gaan om Nederlandse militairen die onder VN mandaat daar aan de slag gingen als waarnemer om het vredesakkoord in het zuiden van Sudan te monitoren. Voor de oudste van hen, een man van 53 die over twee jaar met militair pensioen mag, was het zijn eerste uitzending, en volgens mij had hij het prima gevonden als hij zijn laatste twee jaar rustig in Nederland had uitgediend. We hebben de rest van de avond zitten praten over de problemen waar Sudan mee te kampen heeft in het zuiden. Iedereen kent inmiddels de humanitaire crisis in Dafur (dat is in het westen), maar pas een jaar of twee geleden is er een akkoord gekomen dat een einde maakte aan de burgeroorlog die meer dan 20 jaar in het zuiden van Sudan heeft gewoed.

Dinsdag 11 juli 2006
De volgende ochtend was mijn eerste bestemming het Ministerie van Binnenlandse Zaken waar alle buitenlanders zich moeten laten registeren binnen drie dagen na aankomst. Toen ik rond 9:00 op pad ging was het al bloedheet buiten, maar met factortje 50+, lichte kleding en een hoed met een klep was ik na een klein uurtje slenteren door de stad bij het Alien Registration Center van het ministerie aangekomen. Wat volgde was een bureaucratische procedure van meer dan twee uur die bestond uit wachten, naar loket A gaan, stempeltje krijgen, betalen, formulier invullen, naar een ander loket gaan, weer stempels, weer betalen etc. Wie die strip van Asterix en Obeliks gelezen heeft waarin Astrix twaalf werken moet verrichten, waaronder het halen van een formulier in een of ander gekkenhuis begrijpt precies wat ik heb doorgemaakt! Maar opeens werd in in vloeiend Nederlands aangesproken door iemand die er toch echt uit zag als een Sudanees. Het bleek een uitwisselingsstudent te zijn die in Rotterdam studeert en op familiebezoek was. Heb ik weer hoor! De eerste Sudanees met wie ik in gesprek kom spreekt vloeiend Hollands! Nou ja, aangezien ik het Arabisch niet beheers, was het toch wel even handig. Hij heeft mij zijn mobiele nummer gegeven, dus als ik in problemen geraak in het land, heb ik in elk geval een lokale tolk in mijn speed dial staan!

Laptoptasjes
Het is altijd interessant om gewoon te kijken naar de mensen op straat. Wat je dan merkt is dat Sudan en land is van tegenstellingen: kinderen van twaalf liggen op straat te slapen en achter het hek wordt met kostbaar drinkwater de mercedes van de directeur gewassen. Bedelaars met vreselijke verminkingen aan armen en benen zitten langs de straten, en je kan ze niks geven, want dan ben je de hele dag bezig om het busstation te bereiken.

Wat opvalt is dat ook Sudan zijn statussymbolen kent. Zo draagt iedere zichzelf respecterende en enigzins verdienende Sudanees een latoptas. Die zijn ook overal te kopen, ook op kleedjes op straat. Niemand kan tenslotte zien wat er in zo'n tas zit: de nieuwste Toshiba of een kleedjes en een zak met dadels om ergens langs de weg te gaan verkopen (dat gebeurt dus echt).

Langs de Nijl verzamelt zich de studentenpopulatie van de scholen en universiteit van Khartoum om tussen de middag te studeren en huiswerk te maken. Ze spreken redelijk Engels en vertellen maar wat graag over hun afkomst, hun ambities en hun carrièreplannen. Veel willen in het buitenland studeren en dan terug om hun volk te helpen. Deze kids nemen hun opleiding al op jonge leeftijd heel serieus, daar kunnen Nederlandse kinderen nog wat van leren!

Militairisme
Zoals elke zichzelf respecterend ontwikkelingsland lopen ook in Khartoum overal soldaten met kalashnikovs. Meestal liggen ze te slapen bij de ingang van ministeries en andere belangrijke overheidsgebouwen, maar net als ik het monument van de eenheid heb gefilmd gebaart een agressief ogende militair in camouflagepak met zijn wapen dat ik naar hem moet komen. Tja, hoe kon ik nou weten dat het nederige stulpje achter het monument nu net het presidentieel paleis was? Er zijn van die momenten dat je jezelf vervloekt dat je die cursus Arabisch niet gedaan hebt. Even vreesde ik dat ik mijn camera, of in elk geval mijn (enige!) bandje moest inleveren. Na wat heen en weer gespoel en wat " you good man, you protect government!" en het feit dat er nauwelijks iets van het paleis op het filmpje te zien was (tenminste niet op het stuk dat ik hem liet zien) streek hij met zijn wapen van russische makelaardij over zijn hart, en mocht ik weg, met camera en bandje!

Opvallend is ook dat veel kinderen in camouflagepakjes lopen. Wie echter heeft bedacht dat die maar in twee kleuren worden gemaakt, namelijk mintgroen en lichtblauw, heeft of het Sudanese leger flink te kijk willen zetten of misschien het image wat softer geprobeerd te maken. In elk geval lijken de kids in die pakjes op een kruising tussen een kindsoldaat en een amandelboon.

Omdurman en Hamed-al-Nil

Donderdag 13 juli 2006
Mijn bezoek aan de souq (markt) van Omdurman, nabij Khartoum op donderdag, deed me erg denken aan de markten zoals ik die vorig jaar in Zuid-Amerika heb gezien: eindeloze straten met voedsel, kleding, stoffen, huishoudelijke artikelen etc. De foto's zeggen voldoende! De mensen zijn overigens enorm vriendelijk, zo heb ik het nog nergens ter wereld meegemaakt! Ik denk dat ik sinds ik hier ben de helft van al mijn eten en drinken en zelf een deel van mijn busritten niet heb mogen betalen. Nou is die 11 cent voor een busrit, of die 35 cent voor een glas limonade geen enorme uitgave, maar voor hen is het zeker meer dan voor mij!

Er is maar één god, en dat is Allah

Vrijdag 14 juli 2006
Vandaag ben ik volgens mij bekeerd tot het Islamitisch geloof. Nadat ik via een spontane lift van een Sudanese sportjournalist (die net terug was van het WK in Duitsland) in een verblindend witte mercedes was afgezet bij de tombe van Mahdi bezocht ik daarna de naastgelegen Khalifa moskee waar de volgelingenvan Mahdi (een of andere lokale politiek-islamitische stroming) zich verzamelt. Mijn ontmoeting met een van de leiders daar was erg bijzonder: hij heeft me voorgesteld aan de imam en ik heb samen met hem en de rest van de geloofsgemeenschap anderhalf uur heb gebed in de moskee actief meegemaakt. Daarna wilde hij me nog bij hem thuis uitnodigen, maar ik had andere plannen.

Op vrijdag is namelijk ook bij de nabijgelegen tombe van Hamed-al-Nil de dans van de dervishes, een onderorde van de Soefi-islamieten. Dit was een uitermate bijzondere en heel spirituele ervaring. Omdat ik wat vroeg was werd ik welkom geheten door een van de leraren daar en al snel had zich een groep van zo'n twintig kinderen en volwassenen om me heen verzameld. Ik kreeg koffie en snoepjes en heb geknikkerd met een paar van de kinderen en ze allemaal in groepjes op de foto gezet (digitale camera's vinden ze hier prachtig). Hier kwam ik ook voor het eerst weer een paar khawaja (buitenlanders/blanken) tegen, maar dat waren er bij elkaar niet meer dan een stuk of tien op een totaal van honderen lokalo's. Voor het grootste deel waren het natuurlijk Nederlande uitwisselingsstudenten: ons volk is als een plaag die zich over de wereld verspreid!

Na anderhalf uur kijken en later ook meedoen met de dansen van de dervishes was er nog het gebed. Ik had intussen met vele tientallen Sudanezen gesprekken gehad over het geloof en de cultuur en een redelijk Engels sprekende jongeman had mij onder zijn hoede genomen en vroeg mij om mee te doen met het eindgebed. Dus ik mee in de rijen met biddende soefi's, komt die imam naar mij toe en vraagt aan mijn begeleider of ik moslim ben... dat was ik dus niet, maar als ik in het Arabisch zou zeggen dat er maar een god was, dan was het goed. Nou, dan heb je niet veel keus als je tussen tweehonderen mannen staat, die staan te poppelen om te gaan bidden.

Tja, ik zou nog uren verder kunnen praten over het Nationaal Museum, over de bussen van 30 dinar waar je al rijdend in moet springen, over de kapper, over het eten, het geld... Ik ben op een na door al mijn visitekaartjes heen, en ze moeten er thuis maar vast op voorbereid zijn dat ik volgend jaar elke week een Sudanees op visite zal hebben. Zelfs in het internet café kom je bijna niet aan iets toe, omdat ik nu ook met alle Sudanezen (en twee Zwitsers!) zit te praten over het leven in de bergen. Gelukkig vallen de communicatiemogelijkheden niet tegen: de internetcafé's zijn niet slecht alleen heeft Mobitel, de monopolistische mobiele operator hier in Sudan, nog geen goed systeem voor SMS: bijna alles SMS-jes die mensen mij sturen krijg ik 20x met tussenpozen van enkele uren.

Naar Atbara

Zaterdag 15 juli 2006
Na mijn belevenissen in Khartoum en Omdurman ben ik verder gereisd naar Atbara. Belangrijk daarbij is dat de klemtoon op "at" ligt, ander begrijpt niemand waar je heen wilt. Na een busreis van meer dan vier uur, voor het schamele bedrag van 8 euro arriveerde ik in dit provinciestadje, waar geen enkel gebouw meer dan twee verdiepingen telt, maar wat gezien wordt als het centrum van de Sudanese spoorwegen. Ik kan een heel verhaal gaan houden over de arbeidersbeweging die hier in de jaren '50 is ontstaan en de spoorwegstakingen die er toe geleid hebben dat er tot de dag van vandaag nog maar één keer per week een trein van Khartoum naar Atbara rijdt, maar dat zal ik jullie besparen.

De lokanda Nahar
De goedkoopste overnachtingsplaats hier is de lokanda. In mijn Bradt travel guide stond een goed aangeraden, een aangezien de lokanda maar 500 dinar per nacht kost (€ 1,80), durfde ik dat wel aan. Het is er ranzig, faciliteiten zijn er niet en slapen doe je buiten, maar wel heel gezellig en een prima plek om mensen te ontmoeten.

Pyramides van Meroë

Zondag 16 juli 2006
Zondag was het tijd om deze beroemde overblijfselen van het Kush koninkrijk te bezoeken. Die liggen ergens midden in de woestijn op anderhalf uur rijden van Atbara, maar gelukkig loopt er een weg vlak langs waar met enige regelmaat busjes in de richting van Shendi langskomen. Die busjes vertrekken uit Ed Damer, een ander plaatsje hier in de buurt, dus eerst op naar Ed Damer. In Ed Damer bracht een vriendelijke leraar van de plaatselijke school mij alras naar de plek waar de busjes naar Shendi vertrokken en voor ik het wist reden we door de woestijn. Toen we langs de plek kwamen waar je in de verte de pyramides al kon zien liggen kostte het me nog enige moeite om de chauffeur duidelijk te maken dat ik er hier echt uit wilde, in de spreekwoordelijke "middle of nowhere". En als iets voor de Sudanezen al de "middle of nowhere is" dan zegt dat wel wat. Maar om terug te komen op het verhaal: ik was nog maar net klaar met het uitsmeren van de vette klodders op mijn rechterarm en wilde net aan mijn linkerarm beginnen, toen daar opeens een kameel aankwam met berijder. De vriendelijke kameeldrijver bracht mij voor een veel te hoog bedrag naar de pyramides, maar het scheelde weer een half uur lopen.

De pyramides waren erg indrukwekkend. Nee, ze zijn niet te vergelijken met die bij Giza in Egypte (daarover over enkele weken meer!), maar ze liggen zo verlaten daar, en je kan er gewoon tussendoor lopen (en op klimmen, als je zo'n idioot zou zijn). Die idioot is trouwens in 1822 al langs geweest: een of andere avonturier, wiens naam ik het niet waard vind om te noemen, dacht dat er wel eens schatten te vinden zouden zijn in de pyramides. Normaal gesproken is dat niet het geval, er liggen hooguit wat grafgeschenken in de tombes eronder, maar laat nou net de allereerste pyramide die hij sloopte een kist met goud bevatten. Toen gingen de remmen los, en heeft deze meneer met zijn gezelschap gemeend de meeste van de 100 pyramides eventjes onder handen te moeten nemen, waardoor ze nu vrijwel allemaal onthoofd zijn.

Die dingen zijn gebouwd tussen 800 voor en 400 na Christus, en hebben het dus grotendeels zo'n 2000 jaar volgehouden, tot een zo'n hebberige sukkkel langskomt zonder een greintje historisch besef. De Kush is het machtigste Sudanese rijk ooit geweest. Ze hebben zelfs Egypte veroverd en de 25e dynastie daar gevestigd: een rijk dat zich uitstrekte van Sudan tot aan Israël en zich dus qua omvang kan meten met bijvoorbeeld het rijk van de Inca's.

Terug naar Atbara
Na de pyramides van alle kanten gefotografeerd en gefilmd te hebben, ben ik maar teruggelopen naar de weg in de hoop dat er een voertuig langs zou komen dat me mee wilde nemen. En zoals altijd met dit soort dingen zat het weer niet tegen: binnen tien minuten had ik een lift van een truck die aluminium vervoerde naar Atbara en die op ongeveer 500m afstand van mijn lokanda moest zijn. Tijdens de rit met zijn vieren in de cabine nog wat gezellig gebabbeld in het half engels en het half arabisch (nou ja, half is wel een erg groot woord, maar ik leer steeds meer woordjes!) tot ik weer in Atbara was.

In Atbara ben ik de rest van de middag op pad gewest met Abdel, een student uit Karima die morgen dezelfde rit moet maken als ik en me heeft uitgenodig om bij hem te komen als we daar zijn. Dat lijkt me leuk en het past goed in mijn schema. Ik moet volgende week woensdag namelijk in Wadi Halfa zijn, anders mis ik de wekelijkse boot naar Egypte, en zit ik een week in Wadi-er-is-helemaal-niks-te-beleven-Halfa vast! Abdel heeft me ook geholpen om 100 euro te wisselen voor dinars is een of ander doe-het-zelf-zaakje, want banken houden zich hier niet bezig met minderwaardige activiteiten als het wisselen van vreemde valuta. Ik was bijna door mijn dinars heen, dus dat was wel een opluchting, ik heb nu weer 26000 dinar te besteden! Verder hebben we gezellig thee gedronken, en frisdrank en in gebrekkig Engels geconverseerd. Morgen dus tien uur in de boksi (pick-up truck) door de woestijn naar Karima, waar nog veel meer mooie oude dingen te bewonderen zijn.

Abdel Baggi is Ali Baba

Maandag 17 juli 2006
Mijn Arabisch wordt met de dag beter. Inmiddels weet ik ook dat "harami" het Arabische woord is voor "dief". Hier ben ik achter gekomen toen ik op maandag op het politiebureau van Atbara probeerde uit te leggen dat mijn net nieuwe telefoon gejat was. Als het goed is valt het ding onder mijn reisverzekering, maar het is toch irritant dat ik nu de rest van de reis zonder telefoon zit. Op straat wordt trouwens ook wel de term "ali baba" gebruikt voor personen die zich de bezittingen van anderen toeeigenen. Ik hoef niemand uit te legen waar die term vandaan komt.

Overigens was de dief een "bekende", dat wil zeggen: ik kende hem sinds de dag ervoor omdat hij in dezelfde lokanda verbleef als ik, en omdat hij me had geholpen om een boksi de regelen naar Karima. Nadat hij er in een kledingzaakje met mijn telefoon vandoor was gegaan, miste ik ook nog mijn transport en moest ik dus een dag langer in Atbara blijven... en er is dus echt niks om een dag langer in Atbara voor te blijven.

De werkwijze van de politie van Atbara
Omdat de lokanda waar ik verbleef (zie foto) "natuurlijk" de gegevens van Abdel Baggi (de dief in kwestie) had, en ik bovendien nog een duidelijke foto van hem had genomen de dag ervoor bij een theevrouwtje, ging ik opgewekt met hulp van een aardige Engels sprekende Arabier naar de politie. De politie schreef niet gewoon zoals als hier aan aangifte rapport, en gaf mij daar een kopie van voor de verzekering, nee dat gaat hier anders: nadat het hele bureau de foto van de betreffende persoon had gezien op het LCD scherm van mijn camera, ging een van de dienstdoende agenten met mij mee in de auto van de engels sprekende arabier die mij assisteerde en zijn we vervolgens uren lang door het dorp gereden, op zoek naar Abdel Baggi. Mij werd verder niks verteld, tenzij ik wat vroeg aan mijn vriendelijke chauffeur. Van buitenwijk naar buitenwijk bezochten wij allemaal kenelijke bekenden van Abdel Baggi. Ik heb wel aan 50 mensen de foto laten zien, met als gevolg dat de batterij van mijn camera leegraakte. Ze wisten inmiddels wie het was en waar hij woonde, maar vinden konden ze hem niet en ze stelden dus voor dat ik nog maar een paar dagen gezelig in Atbara zou blijven om eventueel mijn telefoon terug te krijgen.

Nou, dat dacht ik dus niet! Ik wilde wel een kopie van de aangfite voor de verzekering, maar aangifte dat is zoiets raars, daar doen ze hier niet aan. Ze hebben zelfs nooit de moeite genomen mijn gegevens te noteren. Ze wilden wel graag een kopietje van de foto op de camera, waarvan de batterij dus inmiddels leeg was, en daarvoor zijn we denk ik in elk internet cafétje en elk kantoortje geweest in heet Atbara waar ze een computer hadden staan (dat zijn er denk ik vijf of zo). Uiteindelijk heb ik ze beloofd de foto te mailen, alleen heeft de politie geen e-mail adres, dus heb ik uiteindelik het hotmail-adres genoteerd van een jongen van 15 in het internet café, die de foto's dan aan de politie zou doorgeven. Ik ben benieuwd of er ooit nog wat mee gedaan wordt, maar een aangifte is nooit opgesteld, en een kopie heb ik al evenmin gekregen

Ross uit Engeland
Mijn gedwongen extra nacht in Atbara heb ik Ross ontmoet, een Engelse jongen van 21 die nu zijn vierde reis door Afrika maakte in zijn eentje. De eerste keer was toen hij 16 was en ik moet zeggen: dat vind ik nogal wat. Op die leeftijd alleen naar Afrika! Zijn ouders waren er destijds ook niet zo blij mee, maar hij is toch gegaan en inmiddels zijn ze er aan gewend. Hij had ook al twee keer malaria opgelopen, en was in Uganda en Cameroen zelfs in gevechtsgebieden geweest. Ik moet zeggen: er zijn dan toch wel weer grenzen aan mijn avontuurlijkheid.

Van Atbara naar Karima

Dinsdag 18 juli 2006
De lieden van het boksi* "kantoortje" hadden mij medegedeeld dat de boksi de volgende ochtend om 8:00 zou vertrekken, dus ik moes tom 7:30 aanwezig zijn. Natuurlijk ben ik wel gewend dat niet alles op tijd gaat, en dus heb ik de volgende middag tot na 13:00 moeten wachten voordat we ook echt uiteindelijk vertroken. Dat gaf me mooi de tijd om het boekje van Wouter Bos "Dit land kan zoveel beter..." te lezen. Gelukkig is het niet zo'n dik boekje, hetgeen wellicht de suggestie wekt dat er niet zoveel is dat beter kan. Niets is natuurlijk minder waar, en hoewel Bos een aantal goede punten maakt in zijn boekje, schiet hij soms wel erg ver door, bijvoorbeeld als het gaat om zijn Air Miles systeem in de sociale zekerheid. Overigens was dat het derde boek dat ik uithad sinds mijn aankomst.

Want vergeleken met Sudan valt het inderdaad allemaal wel mee: de rit van Atbara naar Karima door de Bayuda woestijn duurde uiteindelijk een goede zes uur, en eindigde bovendien niet in Karima maar in Merowe, aan de andere kant van de Nijl. Dus nog even met de pont oversteken en dan nog een gammel busje nemen en dan sta je midden op de avond op een donker plein in een stadje wat je niet kent.

De lokanda waar ik wilde verblijven was gelukkig snel gevonden, maar daar kon ik niet inchecken voor ik me eerst bij de lokale politie had gemeld als vreemdeling. Dus ik naar het politiebureau, daar moest laat op de avond van alles tevoorschijn getoverd worden, en werden mijn gegevens genoteerd. Ik kreeg een formuliertje mee voor de lokanda, en een uurtje later kon ik alsnog inchecken en gaan slapen...

* Een boksi is een soort pickup truck met overdekte laadbak en stoeltjes erin gelast.

Karima en de ruïnes bij Jebel Barkal

Woensdag 19 juli 2006
Het stadje Karima ligt op de plek waar vroeger Napata lag, de hoofdstad van het Nubische koninkrijk Kush. Terwijl wij nog in berenvellen rondliepen (moet je hier niet doen, ga je dood van de hitte) bouwden ze hier al enorme tempels en pyramides. De Kush waren een volk dat grensde aan het rijk van de Egyptenaren en ze hadden dus ook veel overeenkomstige gewoontes en gebruiken. Het gebied heeft ook een aantal keren deel uitgemaakt van het rijk van de pharaohs, als die weer eens wat uitbreidingsdrang hadden. Er waren veel goudmijnen en andere grondstoffen in dit gebied. Dit alles speelde zich af tussen 3000 v.Chr en het jaar nul. Ze hebben trouwens zelf ook een keer heel Egypte veroverd en een Nubische pharaoh op de troon gezet, die de 25e dynastie heeft gesticht. Dat rijk strekte zich uit tot en met het huidige Libanon aan toe. Die hebben nu meer last van de Israeliers, maar een paar honderd jaar voor Christus was alles vanaf Libanon tot midden-Sudan gewoon allemaal van de pharaoh van Napata.

El Kurru
De koningen van Napata werden in eerste instantie begraven in de graftombes bij El Kurru. Het was nog een heel gedoe om daar te komen, want El Kurru is een gehucht van niks langs de Nijl. Eenmaal daar bleek ik volgens de ghaffir een vergunning nodig te hebben die ik in Karima moest halen. Gelukkig kon ik hem wat extra geld toeschuiven en was hij bereid twee graftombes voor mij te openen, om de Egyptsich aandoende schilderingen te laten zien.

Als je bedenkt dat die tombes stammen uit 1500 v. Chr, lang voordat de Grieken en Romeinen ten tonele kwamen, kan je je voorstellen dat dat best indrukwekkend is. Volgens het gastenboek wat ik bij de ghaffir tekende was ik ook de eerste bezoeker sinds 29 juni. Gemiddels komen er twee a drie mensen per maand de tombes van El Kurru bezoeken... wat zal die ghaffir een drukke baan hebben!

Aan de rand van Karima ligt Jebel Barkal. Dat is een rots met een een natuurlijk soort pilaar aan de zijkant die met een beetje fantasie de vorm van een slang heeft. Daaronder hebben de Nubiërs dan ook het grootste Nubische bouwwerk uit de oudheid gebouwd: een tempel van 150 meter die zich uitstrekt tot de Nijl.

Van de tempel is weinig over, maar op aanraden van een aantal mensen bezocht ik Jebel Barkal tegen zonsondergang, en het bleek een bijzondere ervaring. Bij de tempel en de resten van de bijbehorende stad liggen namelijk ook nog een aantal van de best bewaarde pyramides in Sudan. Zoals je op de foto kan zien, zien die er schitterend uit tegen het licht van de ondergaande zon.

De jebel zelf (jebel betekent "rots" in het Arabisch) is 's avonds een ontmoetingplek voor stelletjes, die zwijmelend naar de zonsondergang staren, maar ook een speelplek voor kinderen. Aan een kant heeft de rots namelijk een steile zandhelling van een metertje of honderd, en niks is natuurlijk leuker dan langs die helling naar beneden glijden. Na deze drukke dag had ik zelf geen puf meer om helemaal naar boven te klimmen, maar het was veel leuk of te zien.


Gestrand in Sudan?
's Middags kwam ik erachter dat mijn vaccinatiepaspoort kwijt is... nou ja, zal je denken, is dat nou het ergste probleem? Jazeker, want zonder bewijs van gele koorts inenting kom ik Egypte niet in, en mijn terugvlucht vertrekt op 24 augustus vanuit Caïro. Bovendien kan je in Sudan niet pinnen of credit cards gebruiken, dus ben ik aangewezen op mijn cash... en dat was nog 250 euro. Genoeg om een tijdje van rond te komen, maar te weinig voor een vlucht het land uit! Ai ai ai...

Terug naar Khartoum

Donderdag 20 juli 2006
Ik heb Karima dus gelaten voor wat het was, en heb vandaag een bus genomen terug naar Khartoum. Dat was dus een rit van 10 uur door de woestijn, de helft op asfalt, de andere helft op... woestijnzand. Maar donderdag aan het eind van de middag was ik in Omdurman. Vandaar met een busje naar Souq-al-Arabi in Khartoum zelf, en naar het Merowy hotel dat ik had aangeraden gekregen van een Sudanees in de lokanda in Karima die aardig engels sprak en mij ook had geholpen om snel een bus terug naar Khartoum te regelen.

Helaas heb ik de ruïnes van Nuri daarvoor moeten laten schieten, maar ach: ik heb al zat pyramides gezien, en straks in Egypte zullen er nog wel een paar (grote!) bijkomen, dus daar kom ik wel overheen.

Vrijdag 21 juli 2006
Vrijdag is natuurlijk de moskee-dag voor de moslims, en dus is alles dicht: het vaccinatie-centrum (waarvan ik ook niet wist waar het zat) en alle ambassades. Bovendien was het snikheet, dus op een paar kleine uitstapjes 's ochtends vroeg en aan het begin van de avond, heb ik lekker gelezen in mijn hotel. Met al die busritten, wachttijden en hete middagen ga ik wel snel door mijn boeken heen. Ik heb inmiddels twee boeken uit over micro- en macro-economie. Ik heb inmiddels begrepen dat ik op zaterdag 26 augustus, twee dagen na mijn thuiskomst, mijn gesprek heb met de kandidatencommissie voor de Tweede Kamerlijst van GROENLINKS, dus met name op dat gebied wilde ik me nog even wat verder voorbereiden. Verder een boek gelezen over de geschiedenis van het oude Egypte van 5000 v Chr tot 500 na Chr, het boek van Wouter Bos, waarover ik al eerder schreef, een van de nieuwe Dune-boeken van de zoon van Frank Herbert (erg toepasselijke literatuur in de woestijn) en inmiddels ben ik bezig aan een deel 7 van de Sword of Truth reeks.

Daarnaast ben ik ook nog bezig in Vrijheid als Ideaal, een boekje van het Wetenschappelijk Bureau van GROENLINKS waar Femke Halsema een nawoord voor heeft geschreven, maar ik vind het erg droog en theoretisch. Hoewel het boek van Bos aanzienlijk minder diepgang heeft, is het wel een stuk beter leesbaar tijdens de vakantie (hij begint heel toepasselijk met een hoofdstukje over een reis in Tibet).

Zaterdag 22 juli 2006
Op zaterdagochtend had ik meer succes: dankzij de vriendelijke hulp van het Engels sprekende personeel van het Meridien Hotel ($ 95/nacht, ik betaal voor mijn kamer SD 2500 = € 9 per nacht) kwam ik al snel bij het medisch centrum hier in de buurt. Het is toch wel een beetje eng om in een land als Sudan mensen naalden in je te laten prikken, maar ik had weinig keus, en hoewel het centrum vies en vunzig was, zag de verpleegster er wel lief en betrouwbaar uit, dus heb ik me toch maar laten prikken en kreeg ik mijn felbegeerde Gele Koorts Verklaring!

Vervolgens nog wat geld gewisseld en op naar de Egyptische ambassade, waar ik mijn paspoort af heb gegeven die ik na een paar uur en na betaling van €27 weer met visum kon afhalen. Nederlanders kunnen normaal gesproken hun visum aan de grens krijgen, maar ik wilde geen risico lopen, zeker niet op de grens tussen Sudan en Egypte. Als alles nu verder volgens plan loopt, zou ik donderdag in Aswan moeten zijn...

De trein naar Wadi Halfa

Maandag 24 juli 2006
Eindelijk was het dan zover: ik had een visum voor Egypte, een gele koorts certificaat en precies genoeg geld voor een treinkaartje (1e klas!) naar Wadi Halfa, één overnachting in Wadi Halfa, de boot naar Egypte en wat zakgeld voor eten en drinken onderweg. Die boot was trouwens volgens het opschrift duurder dan ik dacht, maar op het laatste moment kreeg ik door dat dat voor een retourtje was, en ik was niet van plan terug te keren naar Sudan. Op het station kwam ik Aaron tegen, een joodse Brit uit Zuid-Afrika die onderweg was van Kaapstad naar Israël. Hij zat helemaal zonder geld, en had de helft van zijn 3e klas kaartje gesponsord gekregen van de stationschef.

Over kosmologie en quantummechanica...
In de trein zocht ik hem op: we waren tenslotte de enige blanken en ook de enige behoorlijk engels sprekenden op de trein, en op een ritje van 36 uur is wat aanspraak wel gezellig. Toen ik hem aantrof zat hij een boek te lezen met de titel "The fabric of the cosmos", een boek over de meest moderne inzichten en de fundamentele wetten van de natuurkunde en de kosmologie. Ik vertelde dat ik astrofysicus was, en we hadden dus genoeg gespreksstof voor de komende dagen. Dat was ook hard nodig want het zou een lange rit worden. De trein doet de rit van Khartoum naar Wadi Halfa, zo'n 1500 km, normaal in 36 uur. Dat is dus een gemiddelde snelheid van minder dan 40 km/h. Nou, dat hebben we bij lange na niet gehaald!

We bleven al uren wachten op de paar stations waar de trein de eerste dag nog stopt, maar de tweede helft van de rit gaat door de woestijn, waar we alleen "way station" 10 tot 1 hebben, in aflopende volgorde. 's Avonds hebben we het erg gezellig gehad in de coupé met een aantal hele aardige sudanese gasten die allerlei lekker eten bij zich hadden. Een van hen toverde 's avonds zelfs nog een brokje Sudanese wiet tevoorschijn en dat helpt natuurlijk enorm als je met honderen mensen in een opgekropte trein moet slapen. Wel een beetje voorzichtig zijn met de Sudanese politie op de trein, maar daar schenen ze niet zoveel moeite mee te hebben dus wie ben ik om te twijfelen aan de gebruiken en gewoonten van een ander volk? Ik heb best redelijk geslapen op een bank terwijl Aaron, die inmiddels de 1e klas in "gesmokkeld" was, op de grond in het midden van de coupé lag.

Dinsdag 25 juli 2006
Traag maar gestaag ging de trein 's nachts en de volgende dag voort, maar de volgende middag, 150 km voor de aankomst in Wadi Halfa was het afgelopen. Tegen het vallen van de avond, een uur of wat na het passeren van way station 6 (de enige met een bron met water) strandde de locomotief vanwege een gebroken krukas en was het over. De trein kon niet verder, er moest een nieuwe locomotief komen. Via een lijn aan een haak vondt de machinist aansluiting op de telefoonlijn die langs het spoor loopt. De nieuwe locomotief zou er binnen een uur of tien wel zijn. Dus zat er niks anders op dan overnachten in de woestijn. Omdat het best koud kan worden heb ik mijn slaapzak gepakt en zijn we lekker op het zand in de woestijn gaan slapen. Tot Aaron mij om 4:00 wakker maakte: de nieuwe loc was er, dus we moesten snel de trein in. De locomotief sleepte ons in twee uur achteruit terug naar way station 6, waar deze vervolgens voro de trein geschakeld werd en we tegen de ochtend alsnog Wadi Halfa bereikten.

De veerboot naar Aswan

Woensdag 26 juli 2006
In alle delen van de wereld zijn er van die plaatsen waar backpackers en andere avontuurlijkre reizigers elkaar ontmoeten. Wadi Halfa is zo'n plaats: een dorp van een paar duizend zielen maar de enige plek waar je de grens van Sudan naar Egypte over kunt (met de veerboot over Lake Nasser). Nu had Aaron in Ethiopië een groep ontmoet die een tocht maakte van de Kaap naar Caïro. Hij had van een van de meiden wat geld geleend en ze hadden in Wadi Halfa afegsproken. Ik heb die groep dus ontmoet, waar ook Berend en Marieke, twee Nederlanders deel van uitmaakten, net als Valerie uit Frankrijk en nog een paar uit Duitsland en Canada. Gelukkig kwam ik met mijn papieren makkelijk de boto op (ze vroegen niet eens naar mijn gele koorts certificaat waar ik zoveel moeite voor gedaan had!) en eenmaal aan boord hebben we uitgebreid verder kennis gemaakt.

De tocht over Lake Nasser was een verademing. Na twee weken zand en stof eindelijk koele frisse lucht. We hebben met de hele groep boven aan dek geslapen en hebben 's avonds de beroemde tempels van Abu Simbel vanaf de boot gezien die prachtig waren aangelicht, een prachtig gezicht, hoewel de foto nauwelijks een goed beeld geeft (in een volgend log goede foto's van Abu Simbel bij daglicht!).

Donderdag 27 juli 2006
Eenmaal aangekomen in de haven van Aswan mochten wij als westerlingen met voorrang door de douane. Aaron en ik hebben snel een taxi genomen en besloten naar hetzelfde hotel te gaan als de groep met wie we kennis hadden gemaakt. 's Avonds heb ik met drie meiden door de stad gelopen, waarbij ik natuurlijk meermaals de vraag kreeg hoeveel me dat wel niet gekost had. Daarop antwoordde ik natuurlijk steevast dat ik met veel pijn en moeite afstand had gedaan van mijn kameel (wijzend op mijn T-shirt waar zo'n beest op staat afgebeeld) en dat ik ze het wisselgeld heb laten houden. Gelukkig konden de meiden de humor er wel van inzien en hebben we vervolgens heerlijk gegeten op een prachtig terrasje van een restaurantje met uitzicht over de Nijl. Welkom terug in de beschaving!

Aswan en de tempel van Abu Simbel

Vrijdag 28 juli 2006
De groep die ik en Aaron hadden ontmoet (een half georganiseerd gezelschap) ging vandaag alweer door naar Luxor, want zij hadden maar een paar dagen voor heel Egypte. Ik heb echter nog vier weken, dus ik doe wat rustiger aan. Zij gingen echter vandaag naar Abu Simbel en het leek me wel gezellig om met ze mee te gaan. Dat betekende dus wel om 3:00 's nachts opstaan, een half uur later in de bus en met politie konvooi 3 uur rijden naar de zuidelijke grens van Egypte.

Maar het was zeker de moeite waard. Ramses II heeft bij Abu Simbel zo'n 3500 jaar geleden daar een enorme tempel neergezet met vier 30m hoge beelden van zichzelf en binnenin nog eens tien keer een beeld van zichzelf en dan een altaar met beelden van de drie belangrijkste goden uit die tijd, plus een beeld van zichzelf als god! Hij had het wel hoog in zijn bol, en hij zou het fantastisch gevonden hebben om te weten dat 3500 jaar later er dagelijks nog honderen mensen uit de hele wereld zijn tempel komen bezoeken.

Voor zijn vrouw Nefertari heeft hij ook nog een tempeltje gebouwd, weliswaar minder groot dan voor zichzelf, maar nog steeds kolossaal! Al met al een indrukwekkend monument van een machtswellustige idioot.

Water management
Overigens staan de tempels niet meer op de originele plaats: toen de Egyptenaren in de jaren '70 een groot stuwmeer bouwden om stroom op te wekken en meer controle te hebben op de stroom van de Nijl, is de vallei waarin de tempels lagen onder water komen te staan. Met behulp van 40 miljoen dollar van UNESCO zijn eind jaren '60 de tempels daarom steen voor steen afgebroken en 60 meter hoger en een stuk verder naar achter weer opgbouwd. Ook dit zou Ramses II goed bevallen zijn: zoveel geld voor het behoud van zijn heiligdom.

We zijn ook nog even bij de dam geweest, maar die was weinig indrukwekkend. De dam heeft wellicht meer slecht dan goed gedaan, want stroom levert het ding bijna niet meer (ze hebben het gebouwd in een periode dat de Nijl toevallig een beetje hoog stond, maar die staat inmiddels veel lager) en al het vruchtbare slip dat vroeger in Egypte werd afgezet blijft nu in het meer hangen.

Pool-on-the-roof
Eenmaal terug in Aswan ben ik dan eindelijk met Valerie en een duits meisje naar het beloofde paradijs gegaan: het zwembad op het dak van het Cleopatra hotel. Tijdens onze 50 uur durende treinreis in Sudan en de daarop volgende boottocht was het zwembad in Aswan steeds ons doel.Want hoewel juli 2006 missschien wel de heetste zomer in Nederland is in drie eeuwen, is dat niets vergeleken bij de gemiddelde middagtemperatuur van 43 °C waar ik hier mee te maken heb. De bediende kwam ons zelf desgevraagd nog een drietal glazen limoensap brengen waarvan we heerlijk sippend hebben genoten aan de rand van het zwembad. Een middag genieten voor nauwelijks meer dan 2 euro per persoon: de beste uitgave die ik ooit gedaan heb!

Zaterdag 29 juli 2006
Een Felucca is een traditioneel type vaartuig van de Egyptenaren. Zaterdag ben ik een dagje met Valerie wezen varen naar onder andere de Tombs of the Nobles, Kitchener's Island en Elephantine Island. De graftombes waren wel indrukwekkend, maar van de 300 hebben we er maar een stuk of vijf van binnen gezien. Opmerkelijk was ook dat er veel Griekse en Romeinse invloeden te zien waren bij de latere tombes, terwijl de oudsten toch al zo'n 3500 jaar oud waren, en dus van ver voor de Romeinse en Griekse tijd. Kitchener's Island bevat botanische tuinen, maar is vooral een schaduwrijk eiland met veel katten en informeel geklede agenten met machinegeweren.

Nu ben ik er inmiddels al aan gewend dat Egyptische jongetjes, souvernirverkopers en gidsen proberen om hun euromunten (die ze van europeanen als fooi hebben gekregen) bij toeristen te wisselen voor Egyptische ponden, want de bank wisselt geen munten. Maar als een volwassen vent met een machinepistool dat aan je vraagt, dan kijk je toch een beetje vreemd op. Ik ken ook niet veel landen waar zwaar bewapende agenten je om een fooi vragen als je ze de weg vraagt... rare jongens die Egyptenaren!

Met de felucca van Aswan naar Kom Ombo

Zondag 30 juli 2006
Nadat ik de smaak te pakken had gekregen (ik was sowieso al dol op varen en zeker op zeilen) vertrokken we de volgende dag met zijn achten vanuit Aswan met een felucca. Behalve mijzelf bevonden zich aan boord Valerie, een ander frans stel genaamd Asha en Jim en een Nederlands stel Jantijn en Ofira. Daarnaast natuurlijk de gekke kapitein Nasser en zijn twee bemanningsleden. O ja, de eerste dag haden we ook nog twee Taiwanezen aan boord, waarvan de ene een paar woorden Engels sprak en de ander helemaal niks. Gelukkig spreekt Valerie redelijk vloeiend Chinees, omdat ze daar zes jaar gewerkt heeft in het verleden. Een tocht per felucca is vreselijk relaxet: er liggen matrassen en kussens op het grote dek, en er is een groot doek over het dek gespannen tegen de zon. De kapitein laveert de schuit met de stroom mee de Nijl af en 's avonds legt hij hem aan de kant om eten klaar te maken en dan slaap je met zijn allen aan dek.

De eerste avond, na een heerlijke vegetarische maaltijd en een rondwandeling in de omgeving van de aanlegplaats, legde nog een tweede felucca naast ons aan, met aan boord twee Canadezen, waarvan er een in Londen in de derivatenhandel* werkt. Omdat mijn boot wel gezellig was overdag, maar ook bestond uit vroege slapers, heb ik de avond bij de Canadezen doorgebracht, die alle voor moslims verboden genotsmiddelen voorhanden hadden. De zonsondergang boven de Nijl de volgende ochend was natuurlijk ook een fotootje waard.

* D.w.z. beurshandel in bijv. opties, futures en andere afgeleide financiële producten.

Maandag 31 juli 2006
De volgende dag gingen we al weer vroeg op pad, maar wij konden natuurlijk lekker luierend aan dek blijven liggen: beetje lezen, beetje lullen, beetje suffen in de zon! Heerlijk kabbelend op het water, geen lawaai van motoren of iets dergelijks alleen maar vissende ibissen langs de kant en af en toe een passerende rivierboot of andere felucca. Aan het eind van de ochtend hebben we aangelegd aan een strandje waar we geluncht hebben en ik na lang aandringen Jantijn en Ofira mee heb gekregen om een eindje te gaan zwemmen. Daarvoor had ik wel eerst hun angst voor bilharzia moeten overwinnen. De bilharzia is een worm die je kan oplopen als je in ondiep, stilstaand water loopt. Hij vreet zich dan in in je been en je krijgt na diaree en kramp na enkele weken last van een opgezette milt en lever. De grond was echter zand en de stroom sterk, zoals ik later tijdens het zwemmen nog zou merken... Als Ofira niks gezegd had, zou ik lekker op mij rug naar de Middellandse Zee gedobberd zijn zonder het door te hebben.

We hebben ook nog wat aan land rondgestekkerd, ezelstjes en koeien geaaid en gevoerd. Jantijn had de schaduwwerking van het blad van de bananenboom net ontdekt, maar was zich er toen nog niet van bewust dat het blad ook een tweede functie heeft: veevoer! Zijn schaduwdakje was dus al snel verorberd door de stier die naast hem stond, en uiteindelijk hebben we onze schaduw dus toch maar weer in de felucca gezocht. Die avond sliepen we al snel na een "drukke laatste dag" op de felucca (zwemmen in de Nijl is echt slopend!).

Kom Ombo en Edfu

Dinsdag 1 augustus 2006
Na de laatste nacht op de felucca werden we afgezet in het dorpje Kom Ombo. Daar bevindt zich de ruïne van een tempel van een paar honderd jaar voor Christus, dus vrij nieuw voor Egyptsiche begrippen. De tempel was vooral interessant omdat het de enige is die aan twee godheden is gewijd: Horus de Oudere en Sobek, een lokale krokodillengod. Verder was de tempel niet zo heel bijzonder, tenminste niet vergeleken met sommige andere tempels in Egypte.

Na Kom Ombo zijn we met een busje met de hele groep van de felucca naar Edfu gegaan, waar een grote tempel gewijd is een Horus. Deze tempel was zeker wel indrukwekken. Het ding is pas een eeuw geleden opgegraven en was helemaal onder het zand komen te liggen. Behalve dat het een immens groot bouwwerk is, waren er ook nog wat aardige reliefs, zoals een Horus die als baby gezoogd wordt door zijn moeder Isis (niet ongebruikelijk) en reliefs waarop hij als puber gezoogd wordt door zijn moeder (minder gebruikelijk, in elk geval in onze cultuur).

De tempel was nog redelijk intact, behalve grote delen van het dak dan, en had weer een hele serie vestibules en hypostolische zalen zoals ik dat inmiddels gewend ben van de tempels hier. In de uiteindelijke zaal het offerblok, en nog stapels zijkamertjes, gangetjes en trappen.

Aankomst in Luxor
Van Edfu zijn we doorgereisd naar Luxor, waar we naar twee verschillende hotels gingen. Luxot is de plaats waar 9 jaar geleden 60 toeristen zijn afgeslacht door extremistische moslims met machinepistolen en kapmessen (voor meer info: google maar op " luxor massacre"). Ik had gekozen voor het Golden Palace, iets duurder dan wat ik gewend ben, maar wel met een mooi zwembad waar ik dus de rest van de middag in heb doorgebracht. Zometeen heb ik afgespoken met een aantal mensen in de King's Head Pub waar ze heerlijke fish 'n' chips hebben (voor de afwisseling).

Luxor, Karnak en de Vallei der Koningen

Woensdag 2 augustus 2006
Een baksheesh in Egypte is een fooi die iemand van je vraagt omdat hij
a) een betaalde dienst boven verwachting heeft verricht
b) een betaalde dienst gewoon naar verwachting heeft verricht
c) een onbetaalde dienst op verzoek heeft verricht

Tot zover allemaal nog gebruikelijk... maar ook:
d) een betaalde dienst niet naar behoren heeft verricht (paardenkoets die je op een kwartier lopen van je hotel afzet omdat de vierbaansweg zogenaamd te smal is, behalve voor die tien andere paardenkoetsen)
e) een ongevraagde en ongewenste dienst verricht (een deur opendoen van een winkel waar je niet inwilt, je de weg wijzen naar een monument waar je gisteren al bent geweest)
f) je lastig valt, voor je voeten loopt of achter je aan blijft sjokken terwijl hij je de oren van de kop lult (vooral populair op de souq)
g) van mening is dat jij als "rijke"  westerling hem puur om die reden geld schuldig bent.
Ook populair is het wisselen van euro-munten. Banken wisselen geen munten, maar sommige toeristen geven die toch als aardigheidje aan de souvenirsverkopers, taxichauffeurs en kinderen, die vervolgens andere toeristen gaan lastig vallen om die munten voor ze terug te wisselen.

Tempelmoeheid
Wat Rome is voor Italië, Kyoto voor Japan en Cuzco voor Peru is Luxor voor Egypte: de hoofdstad van de oudheidkundige schatten. Op de pyramides van Giza en de tempel van Abu Simbel na staan alle monumenten uit de top 25 van Egypte in Luxor of omgeving. Elke zichzelf respecterende pharaoh (en zelfs een pharaes, of hoe moeten we meisje Hatsheput noemen?) heeft hier wel een graftombe neergezet en een stukje aangebouwd aan het Karnak complex.


Donderdag 3 augustus 2006
Na een paar dagen ouwe stenen kijken ontstaat bij iedereen het verschijnsel tempelmoeheid. Je kan geen pyloon, zuil of kolos meer zien. Inmiddels zijn ook alle reisgenoten die ik had opgedaan en met wie ik trein-, veerboot- of felucca had gedeeld weer verder getrokken. Gisteravond heb ik nog heerlijk gegeten met Valerie, met wie ik sinds de veerboot uit Wadi Halfa af en toe een beetje optrek, en toen kwamen we Martin uit Argentinië weer tegen (die loop ik sinds Aswan steeds overal in de Egyptische steden spontaan tegen het lijf).

Vrijdag 4 augustus 2006
Zelf vertrek ik a.s. zondag naar Alexandria (voor morgen waren er helaas geen treinkaartjes). Het voorlopig plan is van daaruit naar Port Said (Suez-kanaal), Dahab (duiken, als de portomonnee het toelaat) en dan naar Caïro voor de laatste week (dan kan ik die paar pyramides wel weer even aan).

Als er nog mensen interesse hebben in een mini-pyramide, een spekstenen mini-mummie, een scarabee of iets vergelijkbaars, laat het ff weten. Het kost hier niks (met een beetje onderhandelen nog geen euro), dus als het niet te groot is en in mijn rugzak past, dan neem ik het voor je mee van de markt van Caïro.

Zaterdag 5 augustus 2006
Hoewel ik eigenlijk vandaag al weg wilde uit Luxor, waren alle treinen volgeboekt (hoe zou dat nou komen?) dus kan ik pas op zondagochtend vertrekken. Mijn bestemming: Alexandria, aan de Middelandse Zee. Luxor ben ik echt zat! Er staan misschien wel de meeste en mooiste tempels (Karnak) en monumenten (grafkelders in de Vallei der Koningen; zie foto) van het Egyptische rijk (afgezien van de pyramides dan), maar het is echt het meest toeristische stadje waar ik ooit geweest ben. Ik ben blij als ik hier morgen weg ben en ik wil er nooit meer naar terug!

De trein naar Alexandrië: terroristen en trein troubles

Zondag 6 augustus 2006
Tussen Luxor en Caïro is niet zo gek veel te beleven, behalve dat er een hoop rebellen zitten. Je moet dus heel veel moeite doen om er te komen, en als je er bent, heb je constant iemand van de toeristenpolitie achter je reet aanlopen, die ervoor moet zorgen dat je niks overkomt. Nou, volgens mij trekt zo'n gast alleen maar aandacht van terroristen met zijn geweer en zijn mooie witte pak. Ik zou het in elk geval wel weten als terrorist: kijk gewoon waar de meeste toeristenpolitie uithangt, en je hebt meteen je doelwitten gevonden. En die landverraders (wat zo zien de terroristen hier de toeristenpolitie immers) krijg je er dan als gratis extra doelwit bij! Ach, het is ook maar hoe je het bekijkt... het verschil tussen een toerist en een terrorist is slechts een dubbele "r".

De terroristen hadden overigens niets te maken met de treinproblemen (hé jammer, denkt de lezer nu, het was nog wel zo'n pakkende titel). Omdat ik dus niet veel te zoeken had in Midden-Egypte tussen Luxor en Caïro, en omdat ik sowieso mijn reis eindig in Caïro (daar gaat op 24 augustus mijn terugvlucht) was het plan dus om eerste maar naar Alexandrië te gaan, en van daar naar Port Saïd (aan de andere kant van de Nijldelta) en dan als de tijd het toelaat wellicht nog een paar daagjes Dahab in de Sinaï.

Banha city
Maar zo makkelijk ging dat dus niet... Eerst arriveerde mijn trein, die dus al een dag te laat ging wat mij betreft, meer dan een uur te laat in Caïro. Bij het ticket office vertelden ze me doodleuk dat alle treinen die avond, zowel in 1e als 2e klas, volgeboekt waren. Bij mijn vraag hoe dat zat voor de 3e klas (staanplaatsen) spraken ze opeens geen Engels meer. Het schijnt dat ze liever geen 3e klas aan buitenlanders verkopen, omdat dat te goedkoop is. Nou kostte mijn 1e klas treinkaartje Luxor-Caïro (een rit die slechts 10 uur hoort te duren en niet 11,5) slechts een tientje, dus hoeveel goedkoper kan die 3e klas dan wel niet zijn? Ik had echter in mijn eerdere trein een chirurg uit Caïro ontmoet en die had met verteld dat de truc was om gewoon op de betreffende trein te stappen en dan de boete bovenop de ritprijs voor lief te nemen. Die boete zou omgerekend ergens tussen de 50 en de 75 cent moeten liggen, dus dat was nog wel te overzien. Dus ik mij tegen 21:30 naar het vertrekplatform begeven, maar ja, al die Arabische borden. Dus maar even nagevraagd aan een passagier of dit de trein naar Alexandrië (Alex op zijn kort voor de Egyptenaren) was, en jawel, dit was de trein.

Niet dus... Eenmaal het station uit bleek de trein niet verder te gaan dan Tanta, en de "intercity" naar Alex stopt daar niet. Het advies van de conducteur (die mij overigens de ritprijs kwijtschold) en een aantal medepassagiers was: uitstappen in provinciestadje Banha, en daar een half uur wachten op de trein naar Alex. Eenmaal uitgestapt naar de ticket office voor een kaartje. Helaas, de trein naar Alex stopt vanavond ook niet meer in Banha, de eerstevolgende was de volgende ochtend. Dus ik zat vast in Banha, of all places! In Banha kwam ik terecht in een enorm over-priced hotelletje recht tegenover het station, dat al 30 jaar niet was schoongemaakt. Alles lekt, zat onder het stof en de bedrading en leidingen hingen overal op half zeven. Maar ja, het bed zag er nog redelijk beslaapbaar uit, en veel keus had ik niet. Maar de douche heb ik maar gelaten voor wat die was... En verder viel Banha wel mee, het was nog best gezellig op straat en redelijk druk.

Alexandrië en de bilbiotheek

Maandag 7 augustus 2006
Vanochtend vroeg ben ik om 7:30 in de trein gestapt en bereikte ik in ruim twee uur zonder verdere problemen de Middelandse Zeekust en een (kunstmatige) monding van de Nijldelta. Alex is echt de meeste relaxte stad waar ik tot nu toe geweest ben. Het is een binnenlandse toeristentrekpleister en een van de rijkste steden van Egypte. Alle Egyptenaren komen hier 's zomers verkoeling zoeken, en ik snap het wel: met een zomergemiddelde van rond de 30 graden en een lekkere frisse maar niet al te zilte zeewind is het er prima uit te houden! Ik heb een prachtig hotelletje in een klassiek gebouw langs de zeekade, met een prachtig uitzicht. Ik had mezelf beloofd geen zonsondergangen meer te fotograferen, maar deze vanaf mijn balkon wilde ik jullie toch niet onthouden!

Baden in Burqa
De Egyptenaren willen natuurlijk ook de zee in. Maar hoe combineer je dat met de geloofsregels die voorschrijven dat je grote delen van je lichaam bedekt moet houden. Volgens de meest strenge interpretatie van "El Quran", die voorschrijft dat vrouwen alles moeten bedekken wat lust op zou kunnen wekken bij de mannen is dat dus alles behalve de ogen. Ook die ogen kunnen wellicht lustopwekkend zijn, maar je moet ook een beetje praktisch blijven, er zijn anders niet genoeg blindegeleidehonden om alle vrouwen die boodschappen moeten doen over straat te helpen. Maar in zee betekent dat dus de zelfs veel mannen een t-shirt boven hun lange zwembroek aanhouden en alle vrouwen vanaf een jaar of 7 gaan dus op zijn minst met lange broek, t-shirt en hoofddoek, maar er zijn er zat die zich gewoon volledig in burqa gehuld met veel gekir in de golven storten. Alleen jongens en jongemannen wagen zich gewoon in zwembroek (of witte onderbroek) in de branding.

De bibliotheek
Alexandrië is gesticht door, je raad het al, Alexander de Grote. Hij schijnt ook ergens begraven te liggen hier, alleen weet men niet meer waar. Maar Alexandrië is vooral ook bekend geworden vanwege het Museion, de bibliotheek van Alexandrië, de grootste verzameling van kennis in de oudheid met het equivalent van zo'n 750.000 boeken. Helaas is de bibliotheek verloren gegaan toen Julius Caesar de vloot in de haven in brand stak, maar vier jaar geleden is een nieuwe bibliotheek geopend met de ambitie om het grootste kenniscentrum van de Arabische wereld te worden.

Het gebouw is zeker indrukwekkend, maar er is nog heel veel ruimte voor meer boeken. Het zijn er nu 200.000, dus nog veel meerder dan de oudheid. Wel grappig is dat ze ook een digitaal archief hebben: enkele honderden computers, voornamelijk data-opslag, staan dag in dag uit televisieprogrammas, nieuwsuitzendingen en website van over de hele wereld op te slaan. Als we die info meerekenen, komen we natuurlijk op veel meer dan die miezerige 200.000 kaftjes gevuld met met inkt beschreven blaadjes. Ik heb me prima vermaakt in de bibliotheek met het lezen van een Nederlands boek over... Nederland.
 

Ik ben namelijk inmiddels in mijn laatste boek begonnen, een 600 pagina's dikke verhandeling met als titel "De geschiedenis van het denken" over wetenschap, kunst en filosofie. Omdat ik die ook over een weekje wel uit denk te hebben, heb ik op een marktje voor omgerekend €5,- ook nog de Cambridge "Mathematics for Science Students" gekocht, echt taaie kost waar ik wel wat tijd voor nodig heb maar waar ik wel weer even mijn universitaire wiskunde colleges mee kan ophalen. Ik moet eerlijk toegeven dat de vetoroperatoren, lineaire algebra, differentiaalmeetkunde, stochastiek en topologiecolleges al wel weer een beetje zijn weggezakt.


Dinsdag 8 augustus 2006
En verder is Alex gewoon een hele gezellige stad: 's avonds rond zonsondergang verzamelt iedereen zich langs de baai om van het heerlijke weer te genieten, de monumenten verlicht evenals de fonteinen. Vandaag heb ik een oud Arabisch fort bezocht, een tweetal grafkelders uit de Romeinse periode en de zuil van Pompeius*, temidden van een nog in gang zijnde archeologische opgraving. Maar ik heb nog geen westerling gezien hier en de enige die heeft gevraagd of ik een foto wilde maken was een Libiër die met zijn zoontje voor het eerste in het buitenland was en geen woord Engels sprak.

Verder heb ik veel mensen ontmoet, zoals een groep studenten in het zee-aquarium, waar schildpadden in veel te kleine bakken worden gehouden, waardoor ze keer achter keer met hun kopjes tegen de glazen wanden van hun bakken stoten, zich omdraaien en naar de andere kant zwemmen in twee seconden, en daar hun actie herhalen. Maar schildpadden hebben een langer geheugen dan een goudvis, dus volgens mij worden die arme beesten daar helemaal gek. Nou zijn mijn ervaringen in andere landen buiten Europa waar ik geweest ben tot nu toe ook nooit erg goed geweest als het gaat om hoe men met dieren omgaat. Het concept van de dierenambulance is dan ook moeilijk uit te leggen in een land waar een man zonder benen zich bedelend over straat beweegt, liggens op een plankje met een viertal winkelwagenwieltjes eronder geschroefd.

* Zoals mijn favoriete classica Anneke Korevaar terecht opmerkte gaat het hier niet om de stad Pompeii die in 79 na Chr. werd bedolven als gevolg van de uitbarsting van de Vesuvius maar om de bekende Romeinse generaal Pompeius, die na wat onenigheid met Caesar naar Egypte uitweek en daar minder dan vriendelijk werd ontvangen door twee oud maten in een boot, die hem doorstaken en zijn hoofd afsneden terwijl hij een speech zat te schrijven.
De betreffende zuil is overigens te zien op de foto hiernaast.

Woensdag 8 augustus 2006
Als rechtgeaarde astrofysicus kon ik het natuurlijk niet nalaten om de paar uurtjes die ik nog in Alex had voordat de bus naar Port Saïd vertrok deels door te brengen in het "planetarium" bij be bibliotheek. Het planetarium is een gebouw met een ronde koepel met daarin een filmzaal als het omniversum in Den Haag: een halve bol waar de film om je heen wordt geprojecteerd. De voorstelling die ik heb gezien was getiteld " Cosmic Voyage" en is een remake van " Powers of Ten". Daarin wordt eerste uitgezoomd vanaf een mens op de aarde tot aan het zonnestelsel, de melkweg en uiteindelijk het hele zichtbare heelal (beetje als in Google Earth). Natuurkundigen noemen dit de macrokosmos. Als startpunt namens ze hiervoor het San Marcoplein in Venetië waar Galileo de eerste telescoop heeft ontwikkeld.

Quarks in een Kinderdijkse sloot
Het tweede deel ging over de microkosmos. Hier werd dus vanaf de menselijke maat ingezoemd naar het niveau van bacteriën, cellen, moleculen, atomen, protonen en neutronen en uiteindelijk quarks. Het grappige was dat het instrument om de microkosmos te bestuderen, de microscoop, een Nederlandse uitvinding is (Antonie van Leeuwenhoek). Vandaar dat we dus spelende kinderen onder de wieken van de Kinderdijkse molens te zien kregen die elkaar met water bespetterden. De reis naar het allerkleinste zoomde vervolgens in op één van deze waterdruppels. Aan het einde van de film werd nog één keer ingezoomd van het allergrootste (het hele zichtbare heelal), tot het allerkleinste (de quarks in de atomen in de waterdruppel). Het totale heelal concentreerde zich dus op een waterdruppel in een sloot op nog geen 10 km van mijn huis. Ergens heb ik altijd al wel geweten dat ik in het centrum van het heelal woonde.

Grieken en Romeinen
Zoals bekend is Alexandrië gesticht door een Griek, maar ook de Romeinen hebben Egypte toen het deel uitmaakte van het Romeinse Rijk altijd vanuit Alex bestuurd. Vandaar dat de weinige resten die er nog zijn voornamelijk uit de Grieks-Romeinse cultuur stammen, maar met duidelijke Egyptische invloeden (zoals de Serapis-cultus). In elk geval zijn ze het oude centrum van Alex aan het opgraven en hebben ze in elk geval het oude amfitheater reeds blootgelegd, evenals collegezalen, een badhuis en enkele woonblokken. Het Grieks-Romeinse museum was helaas niet geopend. Op mijn vraag hoe lang het nog dicht was, kwam het antwoord "twee jaar". Nou, zolang was ik niet van plan te wachten, dus heb ik nog even op een terrasje aan de Middelandse Zee genoten van een heerlijk gefileerd visje alsvorens op de bus naar Port Saïd te stappen.

Langs de kust naar Port Saïd

Buspech
Nou, het idee dat het met de bus beter zou gaan dan met de trein is maar deels waarheid geworden. We waren nog geen uur onderweg van Alex naar Port Saïd via de nieuwe weg langs de kust, toen de bus opeens langs de weg stil ging staan: een van de aandrijfriemen was gebroken. Gelukkig hebben alle buschauffeurs hier eenb uitgebreide monteursopleiding en waren we dus na een kwartiertje weer fijn op pad, nadat een aantal medepassagiers, in reactie om mijn video camera, een aardig negatief verhaal hadden opgehangen over de kwaliteit van de Egyptische bussen. Ik gaf toe dat het onderhoud van onze voertuigen weliswaar gemiddeld beter is dan hier, maar dat ik me niet kan voorstellen dat als er onderweg een bus kapotgaat dat de chauffeur dan de motor induikt en het gevaarte binnen een kwartier weer aan de praat heeft.

Hand in hand, kameraden
Aan het begin van de avond kwam we aan in Port Saïd en een avondwandeling langs het Suez-kanaal leverder niet alleen mooie plaatjes op, maar ook leuke ontmoetingen met de lokale bevolking, die nu eens niet op mijn geld uitwaren maar gewoon meer wilden weten en me de stad wilden laten zien. Ook hier zijn verder geen buitenlanders te vinden, dus ik heb weer echt het gevoel dat ik op reis ben. Mijn Luxor-trauma heb ik besloten definitief achter me te laten.

Een van de opmerkelijke dingen in Egypte (en trouwens ook in Sudan) is dat jongens en mannen vaak hand in hand over straat lopen, of zelf arm in arm. Ze knuffelen en zoenen (op de wang) in het openbaar op straat alsof je midden in de Gay Palace staat, maar het betekent allemaal helemaal niks, behalve vriendschap. Sowieso zijn de mensen hier heel erg geneigd om aan je te zitten, wat wij als ijzige Europeanen natuurlijk helemaal niet gewend zijn. In Sudan wilden vooral kinderen aan mijn (blonde) haar zitten, maar hier in Egypte pakken ze je vast als ze je in hun winkel willen hebben, als ze je wat willen vragen etc.

Donderdag 9 augustus 2006
Port Saïd (of Bur Saïd zoals de Egyptenaren het noemen) is de noordelijke ingang van het beroemde Suez-kanaal, de verbinding tussen de Middellandse Zee en de Indische Oceaan waarvan de aanleg ervoor heeft gezorgd dat schepen niet langer vanuit Europe helemaal om Afrika heen hoeven te varen op weg naar Azië.

Het heeft zo'n half miljoen inwoners, en overal waar je kijkt zie je zeeschepen, hijskranen, containersterminal en moskeeën, eigenlijk net Rotterdam dus! Alleen is het klimaat hier wat beter en is er geen brug over het kanaal alleen een gratis pontje.

Spido security
Ze hebben hier ook een rondvaartboot die de hele haven aandoet, een soort Spido. Maar ja, als Hollandsche spion moet je je daarvoor natuurlijk wel minimaal 24h van de voren aanmelden met kopieën van je paspoort en duidelijk uitleggen waarom je de haven en het kanaal zo interessant vind. Heb je daar dus geen tijd voor, omdat je de volgende ochtend wilt vertrekken, dan kijk je de kaartverkoper even lief aan, laat je zelf even kopietjes van je paspoort maken bij Thomas Cook en regel je dus kaartjes voor de boottocht van diezelfde avond. Met als resultaat dat je resoluut uit de rij wordt gepikt (als enige blanke) aan de zijkant op een stoel wordt gezet en je vervolgens moet wachten terwijl allerlei personeel en agenten gaan uitzoeken wie ik wel niet ben dat ik zomaar probeer op de rondvaartboot te komen! En jou vertellen ze niks behalve "five minutes"... Nadat die vijf minuten er dertig geduurd hebben is opeens alles in orde (kennelijk hebben ze de kopietjes van vanmiddag ergens gevonden) en word ik met alle egards ontvangen op de boot: drankje, gebakje lekker stoel boven op dek en genieten van de haven en het kanaal bij zonsondergang.

Eten bij de Borg
Als liefhebber van de serie en de films van Star Trek (waarin de niet onaantrekkelijke Jeri Ryan de uiterst overtuigende rol van een teruggeconverteerde Borg speelt) kon ik natuurlijk de kans niet voorbij laten gaan om te gaan eten bij visrestaurant El Borg. Het leuke was natuurlijk dat het menu in zijn geheel in het Arabisch was, dus nam de ober mij mee naar de keuken om de vis en de bijgerechten uit te kiezen.Ik heb die zwarte hier vooraan aangewezen, dus als iemand met enig verstand van vis me kan vertellen wat ik gegeten heb, dan hoor ik het graag.
Wat betreft de salade had ik geen voorkeur, dus ik wees zo'n beetje rond van "doe maar wat" en de ober zegt "mixed salad"? Nou, dat klonk wel redelijk als wat ik wilde, maar kennelijk is dat Arabisch voor "doe maar een beetje van alles". Uiteindelijk had ik met brood- en onderborden in mijn eentje dus 15 stuks porselein op tafel staan: mijn visjes, mijn gemengde vissoep vooraf en alle ingrediënten voor een gemengde salade in losse schaaltjes. Zoals je kunt zien op de foto heb ik dat in mijn eentje niet opgekregen. De 11 euro was natuurlijk een belachelijk hoge rekening, maar ja, voor zoveel eten...

 

Dahab aan de Rode Zee

Zaterdag 11 augustus 2006
In (voormalig?) backpacker's paradise Dahab hebben ze gevoel voor humor. Hoewel je aan de randen van Dahab al de gevolgen van de sharming* kan merken, blijft het plaatsje aan de Golf van Akaba toch nog veel van de oude charme houden waardoor veel backpackers met name er naartoe werden en worden getrokken. Dahab is van oorsprong een bedouïenendorp aan de baai langs kust met prachtige riffen en dus een mooie plek voor snorkelen of scuba-duiken. Het klimaat is er aangenaam vanwege de zeewind die koelte brengt en Saudi-Arabië is duidelijk zichtbaar op een kilometer of 20 aan de overkant van de Golf.

* Het werkwoord sharming komt van de 100 km verdeorp gelegen bekende badplaats Sharm-al-Sheik, met een eigen vliegveld en dure resorts. Dat brengt meer centjes in het laatje dan die gierige backpackers, dus probeert men nu andere oorden in de Sinaï om te vormen tot kleine Shamrpjes door overal dure resorts te bouwen. Gelukkig is de invloed daarvan op Dahab nog redelijk beperkt, hoewel ook hier de commercialisering duidelijk merkbaar is.

Zondag 12 augustus
Het "kamp" waar ik een hut gehuurd heb, voor de schamele prijs van €3,- per dag, heet Alaska Camp. Mijn hut ligt op eeen meter of twintig van het strand, en tevens op een meter of twintig van de plek waar vier maanden geleden een van de drie bommen ontplofte (bij het bruggetje, om precies te zijn). Er staan nog een aantal gedenkstenen, zoals voor de 24-jarige Mark uit Duitsland, die daar getuige het opschrift met zijn vrienden op vakantie was. Erg treurig allemaal, maar zoals ik al eerder schreef zijn toerisme en terrorisme in Egypte nogal met elkaar verweven.
 

Mijn hut is klein, zeker niet water- of winddicht, maar comfortabel genoeg. Nu breng ik weinig tijd door in mijn hut, omdat ik genoeg te doen heb (daarover meer morgen, als ik mijn foto's heb). Langs het strand zijn overal restaurantjes, waar je voor een paar euro tot een tientje een uitgebreide en lekker maaltijd kan krijgen. Direct naast Alaska Camp is een "supermarkt" van ongeveer 5m², waar je drinken en eten en zonnebrand en zo kan krijgen. Alles is dus binnen twee minuten loopafstand! Relaxter kan bijna niet.

Egyptische humor
Het mooiste voorbeeld van ironie (of van schijt-aan-autoriteit, voor mijn wat linksere vrienden) vond ik toch wel het bordje langs de kade waarop heel duidelijk een rode cirkel met een schuine rode streep op staat met op de achtergrond een beest met een bult. Zowel in simpel Arabisch als Engels staat voor de echte idioten (die waarschijnlijk toch niet kunnen lezen) nog even uitgelegd wat dat plaatje betekent: "no camels". Handige paal om dus je kameel aan vast te binden moet de betreffende Egyptenaar gedacht hebben toen hij zijn bultige vriend onder het bord parkeerde.

Maandag 13 augustus
Tot slotte café-restaurant Tota, een van de grotere en populairdere etablissementen langs de kade met een geval in de vorm van een schip (je klunt ook aan dek zitten met uitzicht op de baai). Zij hebben namelijk een enorme patio, met ligkussens, waterpijpen en overal lopen katten rond om te aaien. Die katten vind je overigens bij alle café's. Ik herinner me dat ik een aantal jaren geleden met een aantal katlievende vrienden wel eens een soort concept business plan had bedacht om een café te openen waar je lekker op kussens kon loungen en overal snoezige kittens rondliepen om te aaien. Helaas, alles is al eens bedacht, blijkt maar weer. Het idee bestaat al, is al uitgevoerd en heet Dahab. Maar om terug te komen op Tota, wat dit café onderscheid van de andere is dat ze in de patio een groot projectiescherm hebben waar ze elke avond om 21:00 en 23:00 gratis films afspelen. Nou, dat trekt nog best wel wat klanten, dus het is er gezellig. Gisteravond draaiden ze dan ook (heel toepasselijk) "Pirates of the Carribean".

Finding Nemo!

Dinsdag 13 augustus
Nee, dat is Nemo niet... Dit is een leeuwvis!
Nemo is een clownvis! Hoewel, ook daar zijn de wetenschappers het niet helemaal over eens... Ik heb het Grote Vissenboek van Vivian geleend, maar ik kon toch niet helemaal wijs worden uit de vele honderden kleurrijke vissen die de Rode Zee en omstreken bezwemmen. Wel weet ik dat ik moet uitkijken voor schorpioenvissen, zoals de steenvis, want die zijn giftig en hebben een zandkleur en verschuilen zich, je raad het al, in het zand! Gehaaide beesten dus... De leeuwvis is ook een steenvis, maar niet zo'n hele giftige.

Nee, dit is Nemo al helemaal niet... Een van de vuistregels voor duikers is dat als een vis of heel mooi of heel lelijk is, dan is ie meestal giftig. Ik zou dus maar uit de buurt van deze grote vis blijven, want die zou wel eens heel dodelijk kunnen zijn. Gelukkig kan ik je verzekeren dat deze belletjes blazende walvisachtige nogal traag is in het water en regelmatig wild met zijn pootvinnen om zich heen begint te zwaaien als hij zich wil omdraaien. Voor elk zichzelf respecterend waterwezen dat een beetje kan zwemmen is hij dus volstrekt ongevaarlijk.

PADI licensed
Genoeg gelachen... Dank zij Abdallah (op foto, zonder shirt) heb ik in de afgelopen week in een zeer intensieve (kuch kuch) training, mijn Open Water License gehaald. Verder hebben we gelounched* bij de bedouïenen hebben we gepoold, heeft hij mij geleerd hoe je valsspeelt bij backgammon en hebben we uitgebreid gediscussiëeerd over politiek en de islam. Daarna heb ik ook nog twee adventure dives met Abdallah gedaan, waaronder een deep dive (dus nu mag ik tot 30m) en een drift dive (lekker met de stroom mee). Ik heb door canyons gedoken en ben over de beruchte Blue Hole gezwommen.

* lounchen, combinatie van loungen en lunchen op een patio met allemaal kussen onder een groot rieten dak, nippend van een mango- of guava-sapje of een kopje mintthee.

Woensdag 14 augustus 2006
Op mijn laatste duikdag heb ik een digitale onderwatercamera gehuurd en heb ik geprobeerd foto's te maken. Dat is nog niet eenvoudig want het wordt al snel een wazige zooi. Gelukkig zijn er, met hulp van Abdallah, toch een aantal van de ongeveer 100 pogingen redelijk gelukt. Wel is het jammer dat ik de twee leeuwvissen er niet op heb staan. De foto's geven dus maar een heel beperkt beeld van wat er echt allemaal te zien is. Ik kan iedereen echt aanraden om naar Dahab te gaan om te duiken, het is absoluut de moeite waard.

** Op de laatste foto het neefje van Nemo, namelijk van dezelfde familie als de clownvis (maar dan weer net een andere soort).

Blue Hole
Deze laatste plek, waar jaarlijks duikers om het leven komen, staat bekend als een van de gevaarlijkste duikspots in de wereld. Aan de kant staan dan ook een aantal gedenkplaten van duikers (vooral jonge onbezonnen gasten) die er de afgelopen jaren zijn omgekomen. 1998 was een bijzonder slecht jaar met acht dodelijke ongevallen. Nu verwacht ik niet dat ik iemand ongerust heb gemaakt (ik ben immers in staat dit op te schrijven) maar laat ik nog even benadrukken dat ik er overheen gezwommen ben en niet erin ben gezwommen. Het gat is 120m diep, maar heeft een uitgang op 60m naar open zee. Een recreatieve duiker mag echter maximaal tot 40m diep gaan (Advanced Open Water) maar je hebt altijd mensen die het toch willen proberen.

Donderdag 15 augustus 2006
Samen met twee reisgenoten zijn we 's ochtend voor mijn bus naar Caïro zou vertrekken nog even wezen brunchen in het Hilton Hotel een paar kilometer verderop. Voor omgerekend € 5,- per persoon mag je onbeperkt eten en drinken, en bij het Hilton is het assortiment groot! Na de uitgebreide brunch en een rondwandeling over het terrein van het Hilton ben ik naar het busstation gegaan voor de lange rit naar de hoofdstad. Na vele paspoortcontroles, snuffelhonden, tussenstops in het midden van de woestijn en een passagier die we per ongeluk achterlieten bij een cafetaria, kwam we 's avonds redelijk op tijd aan in Caïro.

Caïro en de pyramides van Giza

Met een Koreaans meisje heb ik een taxi naar het centrum gedeeld, maar dat ontaarde in een stevig meningsverschil met de chauffeur, waarop hij dreigde ons eruit te zetten. Uiteindelijk kwamen we op de plaats van bestemming, hoewel de chauffeur ons helemaal aan de andere kant afzette van waar we uiteindelijk hadden willen zijn. Dankzij nog een paar Koreaanse vrienden van mijn reisgenote, die in Egypte aan de universiteit studeerden, vond ik nadat we samen wat gedronken hadden, als snel mijn hotel

Vanaf het dak van het dak van het Dahab hotel
De ouderwetse kooilift brengt me naar de zesde verdieping. De lift werkt alleen als de deur dicht is, want die houdt een mechanisch contactje ingedrukt. Maar met de deur dicht is de lift veel te warm, dus leer ik al snel de deur open te houden en met mijn vinger het contactje in te drukken.
Vanaf de zesde verdieping gaat de trap omhoog naar het dak van het gebouw: hier bevindt zich het Dahab Hotel. Langs de randen van het dak zijn rijen kamertjes gemetseld, waardoor in het midden een grote open binnenplaats wordt gevormd. De binnenplaats is gedeeltijk gevuld met de receptie, het keukentje en de toiletten en koudwaterdouches. Verder blijkt het hotel zich uit te strekken over twee daken, waartussen zich 25 meter diepe "kuilen" bevinden gevormd door hofjes beneden op de grond waar nooit een mens komt.

Het dak is verder gevuld met allerlei tropische planten, waardoor het inderdaad wel wat weg heeft van een huttenkamp zoals Dahab er zovelen kent. Verder staan er houten bankjes waarop de gasten, vrijwel uitsluitend backpackers, zich op elk uur van de dag en nacht verzamelen om verhalen uit te wisselen van hun reizen: de duitse Edda, die jaren in India heeft gewoond, een groep Japanners die heel Afrika doortrekt, een Deense student Arabistiek, die, zo vermoeden Benji, Isis en ik, contacten heeft met Egyptische studenten uit de oppositie, waarover hij nogal geheimzinnig doet. En Martin, uit Argentinië. We zaten in Aswan in hetzelfde hotel, kwamen elkaar weer tegen bij de Luxor Tempel, en twee dagen later in een restaurant in dezelfde plaats en ook nu blijkt mijn naamgenoot weer dezelfde acccommodatiekeuze te hebben gemaakt. Helemaal opmerkelijk wordt het las blijkt dat hij vlak voordat ik er aankwam ook in Dahab is geweest en je raad het al: een hut had in Alaska Camp.

Vrijdag 16 augustus 2006
Het is drie uur 's nachts en ik kan niet slapen van de warmte. Dus klim ik met een fles koud water het trappetje op dat leidt naar de daken van de kamertjes op het dak van het gebouw en geniet ik van de frisse wind die tussen de schotelantennes doorwaait. Beneden op straat is het rustig en klinkt alleen het aanhoudende geblaf van een hond. In de verte klinkt het geraas van autoverkeer over de Sharia al-Tahrir en de Sharia Ramses. Het Hiltongebouw straalt een blauwachtige gloed uit en op de achtergrond is het knipperende licht te zien van de top van Caïro Tower. Ik kan hier makkelijk een uur blijven staan, leunend tegen de grote uitlaatkast van de air conditioning van pension Vienna op de derde verdieping.

Zaterdag 17 augustus 2006
Het Egyptisch museum is een groot pakhuis: duizenden gouden en zilveren kettingen, armbanden en scarabeeën, honderden sarcofagen van hout en steen, elf mummies van pharaohs (inclusief een dame) maar net als het British Museum in Londen is het vooral een grote verzameling oude spullen.
Het is weliswaar enigzins chronologisch ingedeeld, tenminste de benedenverdieping, maar als je geen besef hebt van de oude Egyptische geschiedenis, zal dat na een bezoek aan het musuem zeker niet beter geworden zijn.


Zondag 17 augustus 2006
Wat dat betreft doet het militair museum in de Citadel van Caïro het beter. De geschiedenis vanaf de islamitische periode (ongeveer 600 na Chr.) wordt hier op patriottische wijze naar voren gebracht. Veel nadruk dus op de militaire successen, generaals en presidenten maar ook leiders van diverse revoluties worden opgehemeld en geëerd. En wie in zaal A nog een held is omdat hij met militaire macht de zittende elite de deur uitwerkt wordt in de volgende zaal weer verguist als ze zelf de zittende elite geworden zijn... dit proces herhaalt zich van zaal tot zaal en ik vraag me soms af of ik de enige ben die dit patroon opvalt. Het zal wel niet, maar men lijkt er hier ook niks van te leren.

Dodenstad
Caïro is een stad waarin meer dan 10 miljoen mensen zich bevinden. De stad is echter gebouwd voor nog geen vijfde daarvan, dus creatieve oplossingen zijn aan de orde van de dag. Een hotel op het dak van een gebouw is dan nog maar het begin, want ook begraafplaatsen zijn prima plekken om te wonen. Duizenden mensen bevolken dan ook deze dodensteden, waar huizen om grafzerken en tombes worden heengebouwd. En met al die hoge stenen zerken is een waslijntje ook zo gespannen.

Vanaf de dodenstad is het niet ver lopen naar de Khan-el-Khalili, vrij vertaald: de markt waar westerse toeristen geld uit de zak wordt geklopt. Het sterft hier van de fake papyrusrollen, kitscherige beeldjes van katten, mummies en pyramides, machinaal geknoopte kleedjes en massa-productie seesha's. Aan de andere kant, achter de Al-Azhar madrassa (school) en moskee begint echter de Egyptische markt. Hier is het aantal Arabieren opeens tientallen malen groter dan de enkele toerist, en de prijs van de artikelen overeenkomstig lager. Van de beeldjes en kleedjes kom je nu terecht tussen de specerijen en de goedkope confectiekleding.

Nijntje op de weegschaal
Een griezelig beeld komt mij voor ogen als ik een klein blank meisje zie dat met haar moeder langs een kraampje met kippen en konijnen loopt. Ze aait een van de witte pluizebollen, waarschijnlijk denkend dat ze bij een dierenwinkel is aangeland. Moeder is echter slimmer en voert dochterlief vlug af. Even later verschijnt een Arabische vrouw die twee kippen aanwijst. De beesten worden levend op een balans geplaatst, er gaan wat loden gewichtjes in de andere schaal en de beesten blijven gedwee liggen, zich niet bewust van wat er gaat komen. De vrouw knikt en de twee kippen worden meegenomen naar achteren. Door mijn hoofd schiet het beeld van het kleine blanke meisje en ik probeer me haar reactie voor te stellen als ze in haar enthousiasme een klein wit konijntje had aangewezen. Ik besluit maar snel verder te lopen en de schapenkoppen en koeiepoten achter me te laten. Vanavond ga ik dat vegetarische restaurantje op de hoek maar eens proberen...

Youth for Change

Maandag 21 augustus 2006
Magnus is een Deense student Arabistiek die hier een tijdje in Egypte is om de taal en cultuur beter te leren kennen. Al na een paar dagen was duidelijk dat hij er enkele geheimzinnige Arabische vrienden op nahield. Na wat gesprekken ben ik met hem meegeweest en heb ik Ahmed Salah ontmoet, die actief is in de Egyptische politieke beweging Youth for Change. Deze organisatie strijdt onder andere voor meer democratie en meer burgerrechten voor Egyptenaren. De leider van deze organisatie, die in 2005 deelnam aan de presidentsverkiezingen, zit inmiddels voor vijf jaar in de gevangenis, naar verluidt vanwege het breken van de verkiezingswetten (hij zou handtekeningen hebben verzameld op een wijze die niet was toegestaan). Op een terras heb ik met Ahmed, die goed Engels spreekt, uitgebreidt gesproken over wat er volgens hem mankeert en wat er moet gebeuren. Ahmed en zijn organisatie hopen vooral dat het westen politieke druk uitoefent op Egypte om te democratiseren.  Veel van de financiële steun die met name de VS nu aan Egypte geven komt in de zakken van president Mubarak en zijn vriendjes terecht. Tijdens ons gesprek verzamelden zich steeds meer jonge, politieke activisten en om negen uur ging men met borden en vlaggen de straat op om te protesteren tegen de gevangenneming van hun leider, midden in het toeristische centrum van Caïro.


Politie intimidatie
De politie vindt het kennelijk lastig hoe ze  hierop moeten reageren. Het gebruik van intimidatie is populair, want voor een groep van zo'n 30 protestaten komen er opeens uit het niets zes wagens met ME-achtige agenten aanscheuren. Meer dan 100 mannen in uniform, waarvan mij niet helemaal duidelijk is tot welke tak van de orde-handhaving in Egypte die behoren, omsingelen de groep, maar gebruiken geen geweld. De demonstranten bewegen zich naar de zijkant van het plein, afgeschermd door een cordon van orde-handhavers. In de militaire trucks in de zijstraat zitten nog tientallen aanvullende grondtroepen te wachten tot ze een signaal krijgen dat het uit de hand loopt, maar dat gebeurt niet.

In het begin wordt nog gepoogd om ons te laten stoppen met filmen en fotograferen, maar als meer en meer toeristen vanaf het plein foto's beginnen te maken, besluiten de autoriteiten het maar gewoon uit te zitten. De demontranten hebben een sit-in gepland tot de volgende ochtend. Terwijl ik met een aantal van de demontranten die het Engels beheerst gesprekken heb over hun motieven en idealen, raak ik in gesprek met Esmeralda, die als Nederlandse free-lance journaliste in Caïro gestationeerd is, en van daaruit verslag probeert te doen van het wel en wee in de Arabische wereld, waarop zij is afgestudeerd. Zo heeft zij vorig jaar een reportage gemaakt voor Nova over de jongerenprotesten hier, ten tijde van de presidentsverkiezingen en heeft ze meegewerkt aan een reportage in Irak die in september in Nederland op TV te zien zal zijn.

Strijd voor democratie en mensenrechten
Zelf weet ik te weinig van deze organisatie om een oordeel te kunnen geven over de rechtmatigheid van hun eisen, hoewel ik uit gesprekken met Egyptenaren ook wel heb begrepen dat Mubarak zijn macht niet te danken heeft aan zijn populariteit onder het volk. De wijze waarop de autoriteiten hier echter door middel van intimidatie het gebruik van het recht om voor je mening uit te komen proberen te ondermijnen is echt walgelijk, en roept ook bij mij een sterk gevoel van verzet op. De demontranten blijven echter de hele nacht rustig: ze branden kaarsen, dragen borden met zich mee met foto's van politieke gevangenen en zingen liederen. Een vreedzaam protest, wat door de politie dan ook niet verder wordt verstoord, hoewel ze heel de nacht het cordon handhaven. 's Ochtends gaat iedereen opgelucht naar huis: het is dit keer niet uit de hand gelopen.

Eindelijk naar Giza...

Dinsdag 22 augustus 2006
Een aantal van jullie zal wel denken: die gast zit nu al een maand in Egypte, wanneer krijgen we die pyramides nou eindelijk eens te zien? Maar je moet begrijpen: je begint de maaltijd ook niet met het toetje, want dan vreet je je maar vol en dan valt de rest zo tegen. Hoewel, om eerlijk te zijn: de pyramides waren precies wat ik er van verwacht had. Je leest en praat zoveel over die dingen, dat er eigenlijk weinig verrasing meer over is. Het terrein van de pyramides van Giza is best fors, dus je wandelt een paar uur rond, loopt een stuk de woestijn in om ze van een afstandje op de foto te kunnen zetten (en om van het gezeur van kamelenritjes af te zijn).

Dan blijft natuurlijk de vraag of je ook de pyramides in moet gaan. Zoals met alles moet je er weer extra voor betalen, vooral die van Khufru (beter bekend als Cheops voor de oningewijden). Ik heb dus als een echte politicus de tussenoplossing gekozen: wel een pyramide in, maar niet de duurste, Bovendien hoefde ik dan minder lang te wachten. Het is op zich wel een grappig gevoel om je in zo'n enorm gevaarte te bevinden, maar veel bijzonders is er binnen niet te zien en na een minuut of tien sta je weer buiten.

Tja, wat moet ik er nog meer over vertellen. Dat ze heel oud zijn? Dat weet iedereen denk ik wel. Het opmerkelijkste is eigenlijk wel dat ze ook voor de meeste oude Egyptenaren heel oud zijn! De grote pyramides van Giza zijn zo rond 2600 voor Christus gebouwd door de pharaohs van de 4e dynastie tijdens het oude rijk. In het middenrijk en het nieuwe rijk, en tijdens de nieuwe periode zijn er nooit meer van die pyramides gebouwd, hoewel er tegen de 30 dynastieën aan pharaohs hebben rondgelopen, tot ongeveer rond de geboorte van Christus.

De mooiste vergelijking vond ik wel die met de klassieke geschiedschrijven Herodotus, die tijdens zijn leven de pyramides bezocht en speculeerde over de bouw ervan. De pyramides waren destijds al ouder voor Herodotus dan Herodotus nu voor ons is. Dat zette mij wel even aan het denken, over een cultuur die ruim 3000 jaar heeft standgehouden. Noch het Christendom, noch de Islam, noch het Boeddhisme kunnen zo'n lange geschiedenis claimen (de Joden komen echter wel in de buurt), dus wie weet worden zijn wij met zijn allen over tienduizend jaar met al onze godsdienstoorlogen en orthodoxe fanatici slechts beschouwd als een voetnoot in de geschiedenis van onze beschaving.

Koptisch Caïro
Behalve de pyramides ben ik ook nog in het oude Koptische (christelijke) gedeelte van Caïro geweest. De christelijke religie is hier al snel op de achtergrond geschoven door de overheersing van de islam, maar is desondanks al die eeuwen blijven bestaan.

Een bezoek aan de Caïro Zoo leverde vooral veel plaatjes op van struisvogels en slecht behandelde dieren in veel te kleine kooitjes, zoals ik helaas wel vaker heb moeten constateren in het buitenland. Maar waarom men de felis catus domesticus zoals men de gewone huiskat (een siamees in dit geval) volgens het bordje noemt, hier zo zielig in een kooit moet houden, terwijl in de straten, hotels en zelfs in de dierentuin tientallen van zijn soortgenoten vrij rondlopen, is me echt een raadsel.



Woensdag 23 augustus 2006
Jaja, het is eindelijk zover. Om 4:15 vertrekt vannacht mijn vliegtuig terug naar Schiphol, waar ik om 8:00 zal landen, als niemand tenminste met zijn mobieltje gaat zitten spelen of in een plastic tas gaat zitten romelen. Mijn laatste dag heb ik vooral gebruikt om nog wat dingetjes te regelen, wat spulletjes te kopen op de islamitische markt. Vanavond ben ik nog één keer terug geweest naar de pyramides om de lichtshow te zien. Hoewel het allemaal natuurlijk heel erg overgedramatiseerd is, blijven het toch redelijk indrukwekkende dingen. Dat geldt trouwens in het algemeen voor de afgelopen zeven weken.

En dan heb ik het niet eens zozeer over alle dingen die ik gezien en gedaan heb, maar vooral ook om de mensen die je tegenkomt: uit alle delen van de wereld (hoewel sommige landen beter vertegenwoordigd zijn dan andere) en met allerlei achtergronden, ervaring en bestemmingen. Je doet meteen weer allerlei ideeën op voor de komende jaren... er is nog zoveel te zien in de wereld!

Maarten van Beek