... door Siberie via Mongolie naar Shanghai

Port to Port

Van Rotterdam naar Shanghai per trein in zes weken. Dat is het plan voor deze zomer. Het begon allemaal met mijn vurige wens om ooit een totale zonsverduistering mee te maken. De eerstvolgende vindt deze zomer plaats en de schaduw van de zon trekt dan van Noord-Canada, langs de Noordpool, over Nova Zembla, door Siberië door het westpuntje van Mongolië om te eindigen in het noordwesten van China.

Dan is het zoeken naar een geschikte locatie: het moet een beetje bereikbaar zijn, er moet een goede kans zijn op een onbewolkte lucht etc. Al zoekende kwam ik uit op de stad Novosibirsk, een van de grotere steden in Rusland, gelegen langs de Transsiberische spoorweg. Dan is de keus voor de rest van de zomer natuurlijk snel gemaakt. Ik wilde altijd al een keer naar Sint Petersburg en ook Mongolië en China stonden op het verlanglijstje. Dus van 16 juli t/m 27 augustus  trek ik vanuit Rotterdam, via Sint Petersburg, Moskou, Jekaterinenburg, Novosibirsk, Irkutsk, Ulan-Ude, Ulan-Bator, Beijing (tijdens de Olympische Spelen) en Xi'an naar Shanghai.

De eerste rit naar Sint Petersburg was al een ware beproeving: 42 uur reizen en 7x overstappen, met soms overstaptijden van een kwartier. Dat is erg krap als je ook steeds kaartje moet kopen voor de volgende trein. Dus Rotterdam - Utrecht - Duisburg - Berlijn - Warschau - Sestokai (grens) - Vilnius - Sint Petersburg door zes landen. Laat ik verder volstaan met te zeggen dat ellenlang wachten werd afgewisseld met plotseling heel hard rennen en in het Pool of Litouws proberen uit te leggen dat je een kaartje wilt voor een nachttrein die over 5 minuten vertrekt van ik weet niet welk perron. En hoe betaal je dat kaartje? Polen en Litouwen zijn wel lid van de EU, maar hebben de Euro nog niet ingevoerd.

In de trein naar Warschau kwam ik Jan en zijn zoon Arnout tegen, die ook verder gingen naar Vilnius met dezelfde trein als ik. Arnout werkt als docent aardrijkskunde en woont met zijn gezin in Amersfoort, en Jan woont in Roosendaal en zoekt tegenwoordig zijn eigen uitdagingen. We hebben een nacht en een dag met elkaar in de trein doorgebracht, waarbij we onze respectievelijke boeken lazen en uit het raam staarden, wat weer stof voor conversatie was. En als je bijna 20 uur bij elkaar in de trein zit dan gaan de gesprekken ook ergens over: over de Europese unie en opkomende economieën, over zwerfkeien en meanderende rivieren, over religie en evolutie, over zelfbeschikking en bescherming en over onderwijs en het doel of de zin van het leven.

Wonder boven wonder heb ik al mijn aansluitingen gehaald en stond ik vrijdagochtend om tegen half negen op het station van Sint Peterburg. Nu op zoek naar een slaapplek, een zoektocht die een verrassende zeer wending zou krijgen...

Metal Unites!

Vast excuses voor lezers die niet zo "into the metal scene" zijn, maar soms kan een ongelukkige samenloop van omstandigheden toch leiden tot een waanzinnig goede start van de vakantie en tot een van de beste avonden ooit. Maar laat ik bij het begin beginnen: de zoektocht naar een slaapplek.

Eigenwijs als ik ben had ik natuurlijk niks gereserveerd ook al wordt je overal gewaarschuwd dat in Sint Petersburg alles 's zomers snel vol zit. Maar ja, de onzekerheid over de trein, of ik niet nog een dagje Warschau of Vilnius wilde doen en zo...  Kortom, na aankomst op het station trok ik met 30 kg bepakking de metro van Sint Petersburg in. Deze metro staat bekend als de diepste ondergrondse ter wereld en als je de lengte van de roltrappen ziet dan heb je het gevoel dat je afdaalt in de diepste krochten van de aarde. Het uitzoeken hoe alles werkt viel enorm mee, ondanks het even moeten wennen aan het Cyrillische schrift. Dat lijkt gelukkig een beetje op de Griekse letters die ik vroeger op school heb gehad. Dus na wat zoeken had ik een internet  cafe gevonde op Nevsky Prospekt (de centrale avenue van Sint Petersburg). Maar online bleek ook dat alles inderdaad was volgeboekt. Tijden heb ik gezocht, en het liep al tegen de middag toen ik het bijna wilde opgeven en serieus overwoog mijn rugzak in een locker op het station te douwen en een park op te zoeken. Erg gelukkig was ik hier niet mee: de Petersburgse "witte nachten" zijn dan 's zomers weliswaar kort (het is om middernacht nog gewoon licht) maar hoe de Russische politie omgaat met slapende toeristen in parken was nou niet echt iets wat ik op het programma had staan. Opvallend was overigens het grote aantal jongeren dat in de stad rondliep Metallica t-shirts en andere aan deze subcultuur gerelateerde aangelegenheden zoals zwarte broeken, spikes, leren jacks etc. Ik wist wel dat rock en metal populair zijn in Rusland, maar het was wel erg alom vertegenwoordigd. Wist ik veel....

Uiteindelijk vond ik het Metro Tour hostel, een stuk buiten het centrum, waar volgens de site misschien nog wel plek was, maar dat was niet meer online te reserveren: je moest langs om te kijken of er plek was. Dus ik met al mijn zooi weer afdalen naar de metro om me vervolgens te laten vervoeren naar station Elektrosila een stuk ten zuiden van het centrum. Na wat rondlopen vond ik het hostel en het meisje van de receptie was erg vriendelijk en zou heel hard mijn best doen om me nog een bed te bezorgen maar kon niks garanderen. Ik moest om drie uur terugkomen. Ook hier bleken overigens opvallend veel langharige types in het zwart rond te lopen en aangezien ik toch tot drie uur niet zoveel omhanden had (het was inmiddels half twee, dus weer terug de stad in had weinig zin) vond ik het wel leuk om een een praatje aan te knopen met was russische "metalheads".

" Kom jij ook voor het concert van Metallica?" was de eerste vraag die mij gesteld werd. "Welk concert van Metallica?" was mijn naieve maar natuurlijke reactie. & quot;Nou, het concert vanavond in het stadion 500 m verderop...". Verbaasd geknipper met mijn ogen... " Je bedoelt dat Metallica hier vanavond op een steenworp afstand een concert geeft in een stadion".

Dat bleek inderdaad het geval en plotseling was de hele zoektocht naar een bed volledig naar de achtergrond en werd vervangen door de zoektocht naar een concertkaartje! First things first, tenslotte. Vanaf dat moment vielen alle puzzelstukjes op hun plaats: de tijd die ik toch moest wachten heb ik besteed om naar het stadion te wandelen en (wel voor wat meer geld, want ze waren vrijwel uitverkocht) een kaartje te kopen voor het optreden van Hetfield en zijn mannen. Met het kaartje en al erg in mijn nopjes ging ik terug naar het hostel waar ik te horen kreeg dat ze een bed voor me hadden. Aangekomen op mijn kamer bleken mijn kamergenoten Alex en Dmitri en veel andere bezoekers van het hostel allemaal voor het concert daar te zijn en bleek ik dus op het laatste moment toch nog op een toplocatie te zitten.

Ik ben die avond dus met Alex en Dmitri naar Metallica geweest. Ik zal niet proberen dat te omschrijven, de foto's spreken voor zich en voor wie een nog beter beeld wil heb ik ook nog een paar filmpjes die je kan downloaden via de onderstaande links. Na het concert hebben we tot laat in de nacht lol gehad, gegeten en gedronken met tientallen andere hostelgasten die zich volledig hadden uitgeleefd op nummers als Nothing Else Matters, The Unforgiven (oud en nieuw!), Sad but True, Harvester of Sorrow, One, Fade to Black, Whiplash en nog veel meer.

Download Metallica Live in St Petersburg:

Publiek in St. Petersburg stadion (9 MB AVI)

Los op Master of Puppets (8 MB AVI)

Metallica speelt One (7 MB AVI)

The Unforgiven (23 MB AVI)


Venster naar Europa

Sint Petersburg werd in 1703 gesticht door tsaar Peter de Grote en heeft veel raakvlakken met Europa. Zo is de naam afgeleid van het nederlandse Sint Pietersburg omdat Peter de Grote de nodige tijd in Nederland had doorgebracht. In Rusland wordt deze stad, die lokaal bekend staat als "Piter" ook wel "the window to europe" genoemd. Dat is in de stad ook duidelijk te zien: afgezien van alle borden in het Cyrillisch zou je je soms zo in Parijs of Praag wagen. Het is bovendien een toeristische trekpleister van jewelste: overal restaurantjes en terrassen en natuurlijk 110 musea.

Het belangrijkste museum is de Hermitage, een bouwwerk dat op zichzelf al een bezienswaardigheid is. Het museum is vooral gericht op kunst hoewel een deel van de ruimtes ook is ingericht vanuit een iets meer historisch opzicht. Het bevat dus talloze Griekse en Romeinse beelden, voorwerpen uit de prehistorische Caucasus maar vooral heel veel schilderijen. Zo zijn er bijna tien zalen gewijd aan 17e eeuwse Hollandsche en Vlaamsche meesters en is de Hermitage in het bezit van maar liefst 26 Rembrandts (op foto enkele daarvan). Maar ook de meer moderne Renoir, Cezanne, Picasso en natuurlijk Van Gogh. De collectie deed me sterk denken aan het Metropolitan in New York waar ook vele meesterwerken van de genoemde meesters hangen.

De stad wordt ook netjes gehouden en om de toeristen niet te hinderen werd de belangrijkste straat, de Nevksy Prospekt, 's avond in één ruk opnieuw geasfalteerd. Met tientallen walsjes en honderden mannen met oranje hesjes werd de hele weg afgezet en een paar uur later lag er een heel nieuw wegdek op. Direct kwam de Russische jeugd op inline skates aanrollen om het nog verse asfalt in te rijden gebruik makend van de nog aanwezige afsluiting. Maar de volgende dag raasden de auto's weer vrolijk over het wegdek en leek het of er de avond ervoor niks gebeurd was.

De temperatuur in Piter is trouwens zeer aangenaam. Hoewel het door de noordelijke ligging om middernacht nog vrij licht is, doet de temperatuur in zijn geheel niet aan de noordelijk streken denken. Met een gemiddelde dagtemperatuur van rond de 25 graden was de verleiding om een duik in de Neva te nemen daarom ook niet te weerstaan. En aangezien de Russische jeugd het goede voorbeeld gaf heb ik aan de verleiding toegegeven en hoewel het water best wat frisjes was, was het toch wel lekker om even een duik te nemen.

Dat de oude Sowtjetstaat nog niet helemaal verdwenen is was te zien aan de grote hoeveelheid marineschepen die in de Neva afgemeerd liggen (of rondvaren). Vanavond om 1:55 vertrekt mijn nachttrein naar Moskou, waar ik morgen in de loop van de ochtend aan zal komen.


Russische Romantiek

Als je denkt aan Rusland doemt al snel het beeld op van de oude Sowjetunie: grootse militaire parades op het Rode plein, communistische leiders die het land in hun ijzeren greep houden en streng bewaakte grenzen. Nog steeds houdt de huidige president-in-alles-behalve-naam Vladimir Putin het land in zijn greep vanuit het Kremlin.

Maar op nog geen 100 meter daarvandaan op een eilandje in de Moskva, wordt een heel andere kant van Rusland zichtbaar. Op een bruggetje zijn een aantal bomen van draadstaal geplaatst. Verliefde stelletjes die hun liefde voor altijd willen bezegelen kunnen een slotje (of in sommige gevallen een reusachtig hangslot) kopen, hun namen er opschrijven en dit in de boom hangen om zich zo voor eens en voor altijd in de liefde aan elkaar te binden.

Het staalwerk en de ijzeren sloten passen goed bij Russische cultuur waarin (overigens net als bij hun broeders aan de overkant van de oceaan) het vooral gaat om groot en sterk. Toch lijken de boompjes maar klein in vergelijking tot de grote hoge muren van het Kremlin en de uitgestrektheid van het Rode plein even verderop.

Het parkje op het eiland heeft overigens nog een ander monument: een monument gericht tegen het misbruik van kinderen door volwassenen. In een aantal gruwelijk en bizar aandoende beelden heeft de kunstenaar geprobeerd vast te leggen op welke wijze kinderen op de wereld het slachtoffer worden van het gedrag van volwassenen. Centraal staat "onverschilligheid", een beeld met gesloten ogen en vingers in zijn oren, maar ook oorlog, kinderarbeid, armoede, kinderprostitutie en vele anderen staan uitgebeeld, in een soort omwerkelijk contrast met de hoge rode muren aan de andere kant van het water.

Transsiberie

Laat ik om te beginnen een misverstand uit de wereld helpen: er bestaat geen Transsiberië express. Dat misverstand is waarschijnlijk ontstaan naar analogie van de Oriënt Express, een luxe trein die sinds een eeuw geleden van Londen naar Istanbul reed. Er bestaat wel een Transsiberische spoorlijn, maar daar rijden vele treinen op, waaronder lange afstandstreinen van Moskou naar Vladiwostock en van Moskou naar Peking via Mongolië. Dus met een anderhalve meter, dertig kilo zware rugzak de metro in op weg naar station Yarovslavksy aan de andere kant van Moskou. Bij het instappen geef je je treinkaartje en je paspoort en dan ga je op zoek naar je plaats. Ik reis “platzkart”, dat is de derde (en laagste) klasse waar je geen aparte coupé’s hebt. In plaats daarvan heb je steeds rechts vier slaapplaatsen in een soort open coupe, en aan de andere kant van het gangpad twee slaapplaatsen boven elkaar langs de zijkant van de trein. Met wat in- en uitgeklap kan de onderste van die twee slaapplekken worden omgetoverd in een zitje met twee zitplaatsen en een klein tafeltje. Ik sliep zelf op een van de bovenste bedden aan de zijkant.

Maar ook al spreekt bijna niemand Engels, je komt in de trein toch bijzondere mensen tegen. De meneer tegenover mij las de hele tijd uit zijn kennelijk thriller, maar neemt om de tien minuten een rookpauze in het halletje aan het uiteinde van de wagon waar roken als enige is toegestaan. Op de vier slaapplekken tegenover het gangpad liggen Mikhel en Sascha die samen met Nicolai (die een coupe verder ligt) op pad zijn om te gaan fietsen in de Altai, een natuurgebied ten zuiden van Novosibirsk. Ze hebben ingepakte crossfietsen bij zich. In de coupe zitten verder een jongen die het presteert om twee dagen lang niks te zeggen en alleen stil voor zich uit te staren zelfs niet als er om hem heen hele drinkgelagen worden gehouden. Verder zit er nog een iets corpuleuze, wat voddige mevrouw (een soort ma Flodder zeg maar), die luidkeels begint te protesteren als de jongens hun fietsen dwars over de bagagerekken schuiven, waardoor er geen enkele ruimte meer is voor andere spullen.

Nu heeft elke wagon een of twee “provodniks”  die tijdens de reis verantwoordelijk zijn voor het reilen en zeilen in die wagon. Vaak zijn dat oude babouschka’s, maar onze wagon wordt bestuurd door twee glimlachende jonge meiden van ergens in de twintig. Een van de provodniks wordt erbij gehaald en de ruzie wordt snel weer gesust en de fietsen worden voor de rest van de reis in de rookhal geplaatst, waar ze niet erg in de weg staan. Daarna blijkt de dame verder toch wel gezellig en er wordt heel wat afgekletst, gegeten en vooral veel bier gedronken.

Bij Nicolai in de coupe zit verder Roma met zijn oma, en verder een achttienjarige studente die enigzins Engels spreekt en die net in Sint Petersburg is geweest om toelatingsexamen te doen voor een van de beste universiteiten van Rusland. Als ze thuis is hoort ze van haar moeder of ze is toegelaten. Roma is een jongetje van negen jaar. Hij kijkt voetbal op een mobiel DVD spelertje en speelt af en toe een spelletje schaak met zijn oma op een klein magnetisch schaakbordje. Als ik af en toe tijdens het lezen van mijn boek een blik werp op het schaakspel, wordt ik al snel uitgenodigd om tegen Roma te spelen. Oma blijkt er niet veel van te kunnen en wordt door Roma voortdurend van het bord geveegd, hetgeen ook voor Roma weinig uitdaging is. Ik blijk toch iets meer weerstand te kunnen bieden al verlies ik de eerste twee potjes to grote tevredenheid van vooral oma. Daarna keert het tij gelukkig en weet ik een keer met een variant op een herdersmatje en een keer in een langdradig eindspel Roma te verslaan. Met een eindstand van 2-2 is mijn eer toch nog een beetje gered maar heeft ook Roma tenminste een beetje moeten nadenken. Als dank krijg ik van oma het schaakspel, dat ik beleefd driemaal weiger waarna het zonder verdere omhaal in mijn openstaande tas wordt gepropt. Verderop bouwen twee jongetjes een fort van legostenen en ondertussen stofzuigt de provodnik voor de derde keer vandaag de loper in het gangpad van de trein.

Via een internetforum ben ik overigens in contact met een grote groep mensen die ook naar Novosibirsk komen voor de zonsverduistering. De groep varieert van backpackers zoals ik die gewoon eens een keer een volledige eclips willen meemaken tot fanatieke “eclips chasers” die voor hun “tiende volledige” komen. Het forum wordt gerund en geleid door Artyem, een student uit Novosibirsk. Via het forum wist ik dat ook Philippa en Louise uit Alexanderpolder in de trein zouden zitten. Philippa is een beginnende eclips chaser die voor haar derde eclips gaat en lid is van een amateur sterrenkunde vereniging. Verder is ze freelance motocross fotografe. Louise is een vriendin van haar die het allemaal ook graag mee wil maken. Philippa en Louise reizen “kupe”, dat is twee klasse, met aparte afsluitbare coupe’s, air conditioning (die constant op 22 graden staat) en één maaltijd per dag.

Via Philippa en Louise kom ik ook in contact met Caroline. Caroline gaat voor haar master in fotografie en doet daarvoor een project waarbij ze geinteresseerd is in de verschillende manieren waarop mensen de zon aanbidden. In het kader van dat project gaat ze foto’s maken van mensen die foto’s maken van de zonsverduistering. Verder heeft Artyem geregeld dat ze een expositie kan houden in een Galerie in Novosibirsk en daar ook een praatje over gaat houden. Caroline deelt haar coupe met een gezellig Russisch echtpaar en hun elf jaar oude zoontje. De familie deelt met Caroline en mij brood, fruit en vooral wodka en zoonlief laat mij Prince of Persia spelen op zijn Nintendo. Als dat maar moeilijk gaat, wordt het spel resoluut verwijderd en krijg ik in plaats daarvan het spel “Timo en Pumba” naar de gelijknamige figuurtjes uit de Lion King. Daverend gelach breekt uit als blijkt dat je het spel ook in mijn eigen taal kan instellen en ik de aanwijzingen die Timo en Pumba krijgen hardop voorlees in het Nederlands.

Tijdens de rit houdt de trein om de paar uur een kwartier of een half uur pauze op de wat grotere stations zoals Jekaterinenburg en Omsk. Daar stallen de kooplui dan hun waren uit zoals groente en fruit, bakjes noodles (want warm water is beschikbaar in de trein), gedroogde vissen (schijnen erg populair bij de Russen), snoep, bier, sigaretten, sappen en frisdrank, thee, speelgoed en natuurlijk de traditionele Siberische bontmuts, die wat belachelijk staat als het buiten 30 graden Celcius is. Met af en toe nog een paar hoofdstukken lezen in het boek of uit het raam staren naar de passerende Oeral en de Siberische laagvlakte kom je de dagen wel door en 45 uur, 2500 kilometer en drietijdzones verder sta ik op het station van Novosibirsk. Het laatste wat ik van de meeste van mijn reisgenoten zie is de achttienjarige studente die nog even vol blijdschap komt vertellen dat ze net van haar moeder gehoord heeft dat ze inderdaad is toegelaten op de universiteit van Sint Petersburg.

Countdown to the eclipse

3e dag voor de eclips

Net rond 18:00 aangekomen op het station van Novo heb ik meteen een probleem: ik heb weer eens geen slaapplek. Ik heb een soort vage internetafspraak met twee jongens uit Nieuw-Zeeland die over enkele uren landen op het vliegveld 20 km buiten de stad om wild te gaan kamperen, maar ik heb ook nog geen tent kunnen vinden. Daarom besluit ik dat het maar verstandig is om bij Caroline in de buurt te blijven want die wordt door Artyem met de auto opgehaald van het station. Ik speel dus zwaan-kleef-aan en belandt al snel zonder dat duidelijk is waarom in Artyem’s auto en we gaan op weg naar de galerie waar Caroline gaat exposeren. Inmiddels heb ik mijn probleem duidelijk gemaakt en er is voldoende groepsgevoel dat we gezamenlijk op zoek gaan naar een tent.

Laat ik de zoektocht maar even samenvatten: van galerie naar grote winkel (20:30), geen tent gevonden, naar de bankomat voor geld (21:00), Artyem heeft nog een vriend Anton in Akadem Gorodok (de universiteitsstad 25 km verderop) die vaak kampeert, vriend gebeld (21:30), die kan wel een tent regelen. Ondertussen Caroline nog even afgezet en mijn laptop aan haar geleend, zodat ze haar presentatie kan voorbereiden. Artyem’s moeder kom vanavond rond tien uur aan op het vliegveld, weer meegelift (22:00), benzinekosten natuurlijk gedeeld, Nieuw Zeelanders (Pascal en Marc) gevonden, auto huren blijkt niet mogelijk, Artyem’s auto zit vol, dus taxi terug naar Akadem Gorodok (22:45), daar Anton en zijn broer ontmoet, tent geleend en een Russiche mobiel, vervolgens met Anton’s auto naar een prachtig kampeerterrein aan de rand van het Ob-meer (23:30) gebracht, flink afgedongen bij de administratie (0:00), tent opgezet (0:30), maar worden onderbroken door twee dronken Russen, die naast on kamperen. Vooral dronken politie-man Andre maakt indruk zeker als we even later met zijn allen zonder kleren in het meer liggen (1:30). De Russen taaien af en even later komen Artyem en zijn vrienden nog even langs (2:00) en nemen we nog een duik in het meer (2:30). Er wordt nog een tijdje gepraat en gedronken op het strandje (3:00) en uiteindelijk vertrekken onze vrienden (3:30) en gaan Pascal, Marc en ik naar onze tenten (4:00).

2e dag voor voor de Eclips

Een week geleden is op het forum afgesproken dat we op woensdag de 30e elkaar om 15:00 zouden ontmoeten bij het Lenin beeld midden in Novosibirsk. De camping waar we zitten ligt op een half uur rijden van Novo, dus we besluiten tijdig de stad in te gaan. We zijn ondanks het late tijdstip van slapen toch redelijk vroeg weer uit de veren. Tegen de middag gaan we naar de stad, lopen wat rond, kopen wat eclips brilletjes en melden ons om drie uur bij “het beeld”. Daar komen ongeveer 25 mensen uit alle hoeken van de wereld opdagen en iedereen maakt kennis met elkaar. Dan wordt er een soort expeditiegroep gevormd van fanatiekelingen die de rest van de middag en de volgende dag gaan gebruiken om de optimale plek te zoeken om te gaan kijken. Ik suggereer voorzichtig onze camping, maar dring niet al te hard aan want er zijn zulke ervaren eclips chasers bij dat ik mij niet oud en wijs genoeg acht om mijn suggestie zinnig te kunnen onderbouwen. Na de meeting doen Pascal, Marc en ik een poging om onze visa’s te registreren maar die loopt op niks uit.

Om 19:00 komen we naar de galerie, want dan gaat Caroline haar praatje houden. Tijdens de meeting bij het Lenin-beeld heb ik nog een oproepje gedaan om te zorgen dat Caroline nog wat publiek heeft maar dat blijkt overbodig want het is een drukste van jewelste bij de galerie en de helft van de mensen moet staan. Tout fotograferend Novosibirsk blijkt op te zijn komen draven en Caroline is stikzenuwachtig. Ze houdt vervolgens een zeer interessant verhaal over de historische relatie tussen spiritualisme en fotografie, waar geinteresseerd naar geluisterd word en zeer positief op gereageerd.

Na de expositie gaan we eten bij New York Pizza midden in de stad. Het eten wordt gezellig opgeleukt door salsa muziek waar door tientallen Russen op wordt gedanst. De expeditie van fanatiekele chasers waaronder pack leaders Thomas en Philippa is  inmiddels teruggekeerd en we spreken af dat we elkaar morgen om 20:30 weer zullen zien bij het befaamde Lenin beeld. Philippa zal dat ook nog op de website zetten voor de afwezigen.

Na het eten zakken we af naar de Irish Pub waar nog enkele liters bier, wijn en wodka worden weggewerkt en om een uur of twee bevinden Pascal, Marc, Caroline, nog een fransman en ik ons in een taxi naar Akadem Gorodok. We zetten de fransman af maar Caroline gaat nog even met ons mee naar de camping. Na nog een paar uur op het strand gezeten te hebben en de zonsopgang te hebben aanschouwd besluiten we dat het rond vijf uur, half zes ’s ochtends welletjes is en kruipen we in onze slaapzakken. Caroline begint aan een dappere voettocht terug naar haar gastgezin in het stadje zelf. Later blijkt dat haar gebrek aan richtingsgevoel, slordige administratie en lege telefoon er debet aan is dat ze zes uur rondzwerft voor ze haar apartement gevonden heeft. Arme Caroline…

Laatste dag voor de eclips

Donderdag brengen we de ochtend op de camping door en komen we een beetje bij van de dagen ervoor. ’s Middags gaan we met de bus naar Novosibirsk, samen met de broer van Anton (wiens naam mij even ontschoten is) en zijn Kazachtsaanse vriendin. We zijn weer uren bezig om treinkaartjes voor ons vertrek uit “Novo” te krijgen, maar dat lukt uiteindelijk wel al duurt het wel zes uur. De rijen op het station zijn zoals gebruikelijk si enorm lang en bij de kassa willen ze maar niet begrijpen wel kaartje je wilt, zelfs als je het helemaal voor ze uitschrijft. Of je staat in de rij voor de kassa waar je met credit card kan betalen, maar die mevrouw doet weer niet aan internationale kaartjes (en ik wil naar Mongolie), dus heb je een uur voor niks in die rij gestaan. In de andere rij krijg ik wel een enkeltje Ulan Bator, maar als de juffrouw mijn VISA card ziet wordt mijn kaartje direct weer geannulleerd. Dus maar even € 150 pinnen, maar overal in de stad zijn pinautomaten, behalve op en rond het station, want waarom zou je daar nou contant geld nodig hebben? Anyway, geld gepind, terug in de rij, kaartje gekocht (en dan heb ik nog mazzel dat ik niet naar Moskou wilde zoals Pascal, Marc, Caroline en anderen) want die blijken er bijna helemaal niet meer te zijn.

Terwijl Marc en Pascal in een internet cafe kijken of er dan maar vliegtickets zijn die minder dan € 1300 kosten, heb ik net even de tijd om mijn mail te checken en zie ik dat ik een mailtje heb van Tessa die ik in Moskou had ontmoet en heb gewezen op de eclips waar ze nog niks van wist. Ze is gisteren in Novosibirsk aangekomen en wil afspreken. Ik stuur een SMSje dat we over 40 minuten een meeting hebben bij het Leninbeeld. Naast mij zit Marshall, een Amerikaan die net is aangekomen in Novo en die ook nog geen slaapplek heeft. Ik biedt hem een plek aan in mijn redelijke ruime tent, dus we kamperen nu met zijn vieren. Daarna gaan we samen naar de meeting bij het Lenin-beeld. Op de meeting zijn bijna veertig mensen afgekomen, met weer allemaal nieuwe gezichten. Ik heb mezelf inmiddels uitgeroepen tot spreekbuis van de groep en voer met Philippa en Thomas het centrale commando over de voorbereidingen. Besloten wordt dat onze camping de beste uitvalsbasis is voor het zien van de eclips boven het Ob-meer. Verder moet er nog wat vervoer geregeld worden, hetgeen uiteraard weer verzand in allerlei last minute wijzigingen, maar dat zal ik de lezer besparen.

Na de meetingen gaan we met dertien man naar de People’s Bar and Grill waar we gezellig toasten op een onbewolkte eclips dag. Tegen twaalven zijn we uitgegeten en nemen Marc, Pascal, Marshall, Caroline en ik, na nog wat boodschappen gedaan te hebben, de taxi terug naar Akadem Gorodok en onze even verderop gelegen camping. Tegen drieën liggen we allemaal weer onder de wol. En voor de eclips morgen hoeven we gelukkig dus nergens heen, iedereen komt naar ons toe. Dat heb ik toch maar weer even mooi geregeld, al zeg ik het zelf.

Total Eclipse

Er zijn binnen de eclips groep grofweg twee soorten mensen te onderscheiden: de “echte” chasers die koste wat het kost de beste plek willen hebben om de eclips te zien. Zij hebben een busje gehuurd dat de hele dag standby staat om ze als er een wolk komt snel naar de andere kant van het meer te brengen. De andere groep zijn de eclipse feestvierders die het gewoon willen meemaken, maar die niet heel hard overal heen hoeven te rennen en gewoon gokken op goed weer. Rond twaalven druppelen de eersten binnen, Thomas en Philippa met een stuk of acht andere fanatieke chasers en hun bus. De lucht ziet er erg matig uit, overal hangen wolken. Langzaam maar zeker druppelen de anderen ook binnen: Caroline, Artyem, Anton’s broer en zijn vriendin, de vier Amerikanen uit het Sibr hotel en nog een paar anderen die ik alleen van gezicht ken. Rond drie uur wordt door de chasers gekeken of het zinvol is om te verkassen, maar het lijk aan alle kanten even bewolkt. Ze besluiten maar te blijven en het erop te wagen.

Dat laatste blijkt de gouden greep: om vier uur ’s middags klaart de lucht plotseling op en hebben we een vrijwel wolkeloze hemel, op wat flarden aan de horizon na. Vooral rond de zon is er geen wolk te zien, kortom het is fantastisch weer op een fantastische plek aan het strand. Er wordt gezwommen, gegeten, een biertje gedronken. Filters en lenzen worden getest, Thomas heeft zelfs een koffer met laptop waarmee hij zijn professionele foto-apparatuur aanstuurt. Steeds meer lokale mensen komen ook naar het strand en rond vier uur zijn er honderen mensen, tientallen opstellingen met foto en videocamera’s, het is een grote gezellige boel.

Om 16:40 is het zogeheten “first contact” als het eerste stukje van de zon bedekt wordt door de maan. Vanaf dat moment kijkt iedereen regelmatig door zijn brilletje om te zien hoe het met de verduistering staat. Maar verder merk je er weinig van, het wordt nog niet donker of zo. Op de fanatiekelingen na gaat iedereen gewoon door met eten, drinken, zwemmen en kletsen maar de horloge worden nauwlettend in de gaten gehouden. Af en toe worden door de mensen die zonnefilters hebben foto’s gemaakt.

Rond 17:30 begint het merkbaar donkerder te worden. De zon is nu voor meer dan driekwart bedekt en het lijkt een beetje te gaan schemeren. Mensen worden langzaam zenuwachtiger maar de hemel is nog kraakhelder en ik spreek Thomas en Philippa en die geven me na dat ik inderdaad een superplek heb uitgezocht. Er zijn zelfs overal betonnen plateutjes op de rand van de camping een paar meter boven het strand, die ideaal zijn om apparatuur stevig neer te zetten. Vanaf dat moment raakt iedereen in de ban van de komende totaliteit, de schemer neemt langzaam toe en met het blote oog is zichtbaar dat de zon minder fel schijnt. Maar het is nog wel “licht”, je kan nog zonder flits foto’s maken. Door de eclipsbrilletjes is te zien dat er nog maar een heel klein sikkeltje van zichtbaar is, maar dat geeft nog steeds enorm veel licht.

Rond 17:40, een paar minuten voor de totaliteit begint het echt duidelijk te schemeren. Ook mensen zonder filters hebben nu hun fototoestellen en videocamera’s klaarstaan, want tijdens de 2 minuten en 20 seconden durende totaliteit kan je zonder filters foto’s maken. Ik sta met Marc, Pascal en Marshall naast een van de hutjes, maar om de vijf meter staan groepjes mensen bij elkaar. Door mijn eclipsbril schat ik de tijd in tot totaliteit: nog twee minuten, nog dertig seconden… dan wordt het ineens donker op een bizarre manier… snel ruk ik de filters van mijn videocamera en ik kijk omhoog en het is werkelijk een bizar gezicht!

De hemel is donkerblauw, alleen aan de horizon is het nog lichtblauw. Midden in de lucht hangt een werkelijk pikzwarte schijf (de maan dus) met daarom heen een rand van vlammen. Voor de ondeskundigen: dat is de de corona van de zon, die normaal niet zichtbaar is omdat de zon zelf veel te fel is. Ook zie je direct vier lichtpunten verschijnen in de lucht: de planeten Mercurius, Venus, Jupiter en Mars, die normaal worden overbelicht door de zon maar die nu prima te zien zijn. Om me heen  is het aardig donker, fotograferen zonder flits is zinloos en flitsen tijdens de totaliteit is uiteraard een doodzonde. Het uitzicht is gewoon griezelig, die zwart schijf die in de lucht hangt, ik kan me voorstellen dat primitieve volken denken dat de aarde vergaat als opeens de zon zwart wordt… Vijf minuten voor de totaliteit kan je zonder eclipsbril namelijk nog helemaal niks zien aan de zon, behalve dat hij wat minder fel is. De 140 seconden duren eigen voor mijn gevoel nog best lang, maar de ervaring is zo intens dat je niets anders kan doen dan staren naar de zon. Overal om je heen klinken termen als “bizarre” en het wat minder beschaafde maar veel gehoorde “fucking amazing” of “this is sooooooo cool”. In Byirsk, een stad aan de andere kant van het meer wordt vuurwerk afgestoken.

Dan verschijnt er een flits en de zwarte schijf lijkt opeens een ring met een schitterende diamant als de eerste stralen van de zon aan de andere kant van de maan tevoorschijn komen. Binnen enkele seconden wordt het weer licht en snel draai ik mijn nog steeds lopende videocamera weg van de zon om te voorkomen dat hij inbrandt. Dan is de totaliteit voorbij en kan je niet meer zonder eclipsbril naar de zon kijken. Ik pak de fles champagne en schiet de kurk eraf. We nemen allemaal een slok en dan loop ik naar Thomas en Philippa die met een groepje twintig meter verderop staan en geef hen ook allemaal een slok. Iedereen is uitgelaten, en nogmaals bevestigen de ervaren mensen dat dit een perfecte plek en een perfecte eclips was. Het laatste restje champagne geef ik aan een paar Russische jongens waar ik langskom.

En ja, een eclips is net als veel andere zaken in het leven: als het hoogtepunt geweest is, is de lol er snel vanaf. De latere fasen, waarin de maan langzaam van de zon wegschuift worden alleen door de echte fanatiekelingen nog gevolgd, de rest eet, drinkt en praat na over de ervaring. Af en toe werpt een enkeling nog een blik door zijn eclipsbril om het omgekeerde te zien van wat zich voor de totaliteit ook al afspeelde, maar vergeleken met de totaliteit is daar eigenlijk weinig meer aan te zien. Er heerst een euforische stemming. Laat ik besluiten met te zeggen dat er tot laat in de nachtt gefeest is (vanaf 22:00 was er zelfs een echte jaren 90 disco georganiseerd) en dat het erg gezellig was. Morgen een dagje om mijn achterstallige weblogs bij te werken en dan vertrek ik morgenavond naar Mongolië.

Drie dagen in de trein...

De dag na de eclips was het tijd om verder te gaan. Op naar Mongolië, een treinreis van drie nachten. Na hard rennen om de trein te halen, bleek die ruim anderhalf uur vertraagd, een zelfdzaamheid in Rusland waar de treinen altijd precies op tijd het station binnenrollen, ook al zijn ze dagen onderweg. De lange stops van een kwartier tot een half uur op de grotere stations dragen daar overigens wel aan bij: bij vertraging wordt de pauze iets ingekort en zo is er voldoende speling om de verloren tijd in te halen.

Op de trein naar Ulan Bator was alleen “kupe” beschikbaar, en ik deelde mijn vierpersoonscoupé dit keer met drie Finnen: een jong Fins stelletje plus een meisje dat met drie Finnen in een andere coupé reisde en die we weinig gezien hebben. We hadden dus met zijn drieen alle ruimte en dat was wel zo prettig. De tijd werd gevuld met lezen, muziek luisteren, het fotograferen en filmen van het voorbijrazende landschap, het spelen van Russische, Finse en Nederlandse kaartspelletjes en natuurlijk eten en drinken.

Erg indrukwekkend waren de uitzichten over het Baikalmeer op de tweede dag. Helaas had ik geen tijd om een paar dagen in Irkutsk of Ulan-Ude te blijven, maar zo blijft er nog wat over voor een volgende keer. Na Ulan-Ude boog de trein af naar het zuiden, in de richting van de grens. Bij de grens hadden we een wachttijd van enkele uren die we doorbrachten met het uitgeven van onze laatste roebels, wat rondhangen in de nadmiddagzon op en rond het station en het aaien van koeien die over het perron liepen. De provodniks, op onze wagon twee heren dit keer, liepen de hele reis op slippers en in korte broek, maar hadden voor de grenscontrole hun nette uniformen opeens aangetrokken.

Na enkele uren kwamen de paspoorten terug, werden de wagons gecontroleerd en konden we verder. Op één Amerikaan na dan, die zijn visum met twee dagen had overschreden en dus terug moest naar Irkutsk om zijn visum te verlengen voor hij het land mocht verlaten. De Mongolische grens ging gelukkig een stuk sneller, maar het was al wel diep in de nacht toen we het land van Djengis Kahn binnenreden. De volgende ochtend werden we al weer vroeg wakker gemaakt door de provodnik voor onze aankomst in Ulan Bator.

Dwerg tussen twee reuzen

Mongolië is een land van veel uitersten. Qua oppervlakte is het bijna even groot als de hele Europese Unie, maar met minder inwoners dan Noord- en Zuid-Holland bij elkaar. In de afgelopen eeuwen hebben omstebeurt de Chinezen in het zuiden en later de Russen vanuit het noorden het land bezet gehouden, maar toch zijn de minder dan drie miljoen nazaten van Djengis Khan erin geslaagd om een oase van relatieve democratie te stichten tussen het grootste land ter wereld en het land met de grootste bevolking. De Mongolen kunnen er in elk geval genoegen in scheppen dat zij 700 jaar geleden de baas waren in zowel Rusland als China, en het grootste rijk ooit op aarde hebben gesticht, van Hongkong tot Wenen en van Bagdad tot Vladiwostok (al hing het dan als los zand aan elkaar en heeft het nog geen eeuw bestaan).

Een groot deel daarvan zijn nomaden die met kudde’s schapen door het land trekken en in traditionele Ger-tenten slapen. Maar ook in Mongolië heeft de urbanisatie toegeslagen en de helft van de bevolking woont inmiddels in de enige stad van enige betekenis: de hoofdstad Ulan Bator, waar alle voorzieningen gevestigd zijn. De stad Ulan Bator is de tegenhanger van het nomadische, onontwikkelde platteland. Het presidentieel paleis en de andere overheidsgebouwen aan het Grote Plein doen niet onder voor die van welk middelgroot land dan ook en de voorzieningen zijn prima: 24-uurs supermarktjes op de hoek van elke straat, musea, en natuurlijk restaurants en nachtleven.

Om even te acclimatiseren in Mongolie alvorens het land in te trekken besloten we met een groepje van een man of tien ’s avonds de stad in te gaan. Onze eerste ervaring was met de Mongolian BBQ: voor 11.000 togrog (ongeveer 6 euro) mag je onbeperkt eten. Diverse soorten vlees, vis, fruit en groeten, maar ook sauzen, eieren en diverse kruiden, staan opgesteld. Je loopt er met je schoteltje langs en maakt een mix naar keuze. Vervolgens overhandig je je bakje aan de kok en die maakt er een roerbakmixje van. Ik hoef er niet meer bij te vertellen dat we de volgende ochtend het ontbijt maar hebben overgeslagen.

Uitgaan in Ulan Bator is ook een bijzondere ervaring. Na wat discussie, zoals dat gebruikelijk is als je met tien man op stap gaat, kwamen we tegen middernacht in de Riversounds terecht, een lounge annex dansclub waar nummers uit de vorige eeuw worden gemixed met de meest recente hits op een wijze waar elke Nederlandse DJ zich voor zou schamen. De overgang van een keiharde trance beat naar een romantisch slijpnummertje werd net zo makkelijk gemaakt als van een rockhit naar jazzy lounge muziek. En waar ter wereld betaal je in een club nog 50 cent voor een biertje of een euro voor een shotje? En dat met twee euro entreegeld. Het volstaat denk ik omn te zeggen dat niet iedereen even nuchter huiswaarts keerde.

Mongolian Adventures

Na "de stad" van Mongolië een beetje te hebben leren kennen, werd het tijd om eens te ontsnappen aan alle drukte. Tja, en wat doe je in een land van woestijnnomaden en steppen? Juist ja, raften natuurlijk. Ik had ergens gelezen dat je kon raften en ik ben in hart en nieren toch een waterbeestje, dus dat zag ik wel zitten. Ik had inmiddels Pepijn, bedrijfskundestudent uit Rotterdam, ontmoet, die zelfs roeivrienden heeft die meedoen aan de Olympische spelen en die een dagje op het water ook wel zag zitten. Bij het minste zuchtje wind zit hier immers het zand tussen je tanden en je tenen en in je neus en in je oren. Na twee dagen alle travel agencies te hebben afgelopen hadden we eindelijk via een mailtje en een website en een onduidelijk telefoontje een organisatie gevonden die een net nieuw adventure camp had opgezet op een uur rijden buiten Ulan Bator. Ook Jessica, mode-verkoopster uit Brisbane, Australië en Adam uit Engeland, die al weken bezig is om een studentenvisum voor China te bemachtigen, hadden wel interesse en dus vertrokken we naar het adventure camp om vervolgens op een soort drijvende opblaasbanaan te stappen met nog vier Mongoliers en de Tuul rivier af te zakken.

Na deze "spannende" tocht van enkele uren op de "woeste" Tuul rivier namen we afscheid van Adam, want die moest terug om nog wat zaken te regelen in Ulan Bator voor zijn visum. Pepijn, Jes en ik hadden besloten in het kamp te blijven overnachten in de vrij luxe ger. Na een uitgebreide maaltijd van lamsbouten trokken we ons terug in de ger om vervolgens ons te storten op een spelletje poker met Togrog biljetten. Pepijn lag er al snel uit, maar uiteindelijk was het Jessica die er met de pot van 15.000 togrog (8 euro) vandoor ging.

De volgende ochtend genoten we vooral van het prachtige uitzicht, de zon en ik van mijn boek. Onze gids annex gastheer bleek ook coach van het nationale mongolische team voor luchtbuksschieten en hij had in de garage een oefenbaan ingericht waar het nationale jeugdteam trainde. Ik moet eerlijk zeggen dat ik met verbazing heb toegekeken hoe jongens en meisjes van nog geen twintig jaar in opperste concentratie met een loodzwaar luchtdrukgeweer erin slagen om kogeltje na kogeltje op een afstand van tien meter op een doel van ongeveer een centimeter doorsnede te schieten. Hoewel ik altijd een beetje dubbel gevoel heb bij alles wat schiet, konden we de kans toch niet voorbij laten gaan om het ook zelf te proberen. Mijn verwachting was dat het al moeilijk zou zijn om het papiertje te raken, maar het bleek angstaanjagend makkelijk om redelijk dicht bij het doel te komen. Weliswaar is het vervolgens weer ondoenlijk om het kogeltje precies in de roos te krijgen, maar de meeste doelen in het echt zijn wel groter dan een centimeter.

De rest van de middag wilden we graag de omgeving verkennen. Aangezien verharde wegen in Mongolie buiten de steden eigenlijk niet bestaan, huurden we ATV's om cross country de bergen in de omgeving te verkennen. Pepijn bleek de meeste enthousiaste rijder, ik ben toch altijd een beetje voorzichtig als je zonder helm en met een haperende rem een veel te schuine helling oprijdt. Al na een kwartier ging het mis, maar niet door onvoorzichtigheid. Jessica's ATV wilde niet meer starten nadat hij was afgeslagen bovenop een berg. Na even gekeken te hebben wat het was, kon ik snel concluderen dat het de accu was maar we konden nergens bij en hadden geen gereedschap. Dus moest Pepijn terug naar het kamp rijden om hulp te halen, die al snel arriveerde. Ook de toegesnelde monteur kreeg de ATV niet direct weer aan de praat dus hij bleef achter en Jessica ging verder op de zijne. Op de volgende heuvel sloeg de motor van Pepijn af (dat gebeurt wel vaker met die dingen en is op zich ook geen probleem) maar starten ho maar. Terwijl Jessica dit keer hulp ging halen en zich ondertussen vastreed in een geul en Pepijn rond crossde op mijn ATV had ik inmiddels het euvel gevonden en verholpen: een losgeschoten zekering. Na die weer stevig teruggeduwd te hebben liep het apparaat weer als een zonnetje en konden we onze weg vervolgens. Bergjes op en af, koeien en kuddes schapen en geiten ontwijkend waren we tegen het vallen van de avond weer terug op het kamp.

Taking it easy!

“Relax. Take it ea-ea-sy” schalt uit de luidsprekers van ons four-wheel-drive busje. Terwijl ik me met twee handen stevig de greep in het dak vasthoud, stuiter ik heen en weer tussen de zitting en het plafond van het busje en bid tot elke god die me maar wil horen, stort onze chauffeur ons met 40 km/h een steile heuvel af, waarbij het busje zeker vijfenveertig graden opzij helt. Glurend tussen de spleten van mijn dichtgeknepen ogen schat ik het zwaartepunt van het busje in en stel vast dat als we nog vijf graden verder hellen, we over ons steunpunt heengaan en zijdelings met busje en al de helling afrollen. Maar het gaat voor de zoveelste keer goed ondanks dat onze chauffeur tijdens deze onderneming dankbaar gebruikt maakt van het feit dat hij op de heuvel een streepje bereik had op zijn mobiel en dus druk met het thuisfront zit te bellen terwijl hij met zijn andere hand stuurt, schakelt en af en toe een slok water neemt.

Beneden aangekomen rijdt ons busje door een halve meter diepe rivier, om vervolgens luidt toeterend wederom door een kudde schapen, geiten en yaks heen te rijden. Deze beesten hebben de boodschap van het liedje kennelijk beter begrepen en komen tergend langzaam overeind om als het busje een halve meter van ze verwijderd is opeens opzij te rennen. Het is een wonder dat er niet een gesneuveld is. Datzelfde kan ik niet zeggen over de kleine knaagdiertjes die we regelmatig in de berm zien wegschieten. Na wat gesteggel met mijn medepassagiers, drie japanners en een israelische, besluiten we dat het een marmot is. Dat laatste wordt ’s avonds bevestigd als we de lekkernij van onze Mongolische nomadenfamilie opgediend krijgen: marmot in de pot.

Isla Bonita is het volgende nummer op het cassette-bandje dat inmiddels voor de vijfde keer wordt gedraaid waarin een Spaande schone zingt over haar romantische dromen van de afgelopen nacht. Onze afgelopen nacht was minder romantisch. Na verwelkomd te zijn in de traditionele ger-tent van een nomadenfamilie werd airag opgediend, gefermenteerde zure paardenmelk met een alcoholpercentage van bijna drie procent, volgde een kamelenrit naar de zandduinen verderop.

Ik blijk beter kameel te kunnen mennen dan ik ooit had gedacht, hoewel het beest het niet kan laten om continu stil te gaan staan om aan een struik te gaan knabbelen. Eenmaal terug in het kamp is het tijd voor het slachten van de geit. Het beest wordt op zijn rug gelegd, er wordt een snee in zijn buik gemaakt en een jonge Mongolier steekt zijn hand in de geit. Hij legt uit dat hij het hart van het beest zoekt en vervolgens zijn aorto dichtknijpt. Zo blijft het bloed lekker in het vlees zitten. De geit stribbelt niet tegen maar staart na ongeveer 30 seconden glazig uit zijn ogen, het teken dat hij klaar is om geitenbout te worden.

Vanaf de rand van de Gobi-woestijn zijn we inmiddels aangekomen bij de Orkhon vallei. Vanaf ons kamp trekken we ’s ochhtends te paar naar de kleine maar prachtig gelegen waterval die veel bezoekers trekt, vooral uit Mongolie zelf. Het paardrijden is leuker dan ik had gedacht en op de terugweg gaat het zelfs zo goed dat ik samen met de gids van een andere groep die vaker paard heeft gereden een stukje durg te galloperen over de vlakte langs het ravijn waar het riviertje zicheen weg doorheen baant.

Ik voel me helemaal Djengis Khan op mijn paard in dit steppenlandschap. Overal zien we trouwens ruiters te paard. Daarbij moet men ook wel bedenken dat asfalt een novum is in dit land: de meeste “wegen” zijn niet meer dan uitgesloten sporen van jeeps en busjes die ons zijn voorgegaan en op sommige plaatsen ontbreken deze zelfs en rijden we gewoon over de grasvlaktes.

“Welcome to the hotel California” is een prachtig nummer van de Eagles dat ook op het bandje staat. De ger voor onze derde nacht bij Karakorum, de oude hoofdstaf van Djengis Khan en zijn nazaten is dan ook een waar hotel. In plaats van een houten hokje met een gat in de grond staat hier zowaar een heuse toiletpot. Maar het allerluxte is wel dat onze ger is uitgerust met elektrisch licht en een rammelig stopcontactje waar we zowaar stroom uit kunnen halen. We wanen ons weer helemaal in de beschaving als ik ’s avonds na de zonsondergang boven de boeddhistische tempel waar deze plaats om bekend staat mijn laptop aansluit en dit stukje schrijf, terwijl de rest van de groep in de andere tent luistert naar de muzikant die op vier verschillende traditionele instrumenten diverse authentieke Mongolische liederen ten gehore brengt. Alleen het uploaden zal even moeten wachten tot we overmorgen terug in Ulaan Baatar zijn.

Przewalsky papparazzi

Hoe normaal zou jij het vinden als elke avond als je met je vrienden en familie gaat eten er opeens tientallen mensen met camera’s, telelenzen en verrekijkers van heinde en ver komen om je te bekijken? In het Hutei National Park in Mongolië is dat voor de bijna twee honderd Przewalsky paardjes die daar leven de dagelijkse praktijk. Vlak voor zeven uur ’s avonds, als de groepjes van tien tot vijftien paardjes zich naar de drinkplaatsen begeven rijden enkele tientallen jeeps en 4WD-busjes naar de heuvels rondom de drinkplek. Parkgidsen speuren met verrekijkers de omgeving af tot ze de eerste kopjes boven de heuveltoppen zien uitkomen en vervolgens zijn alle ogen op de paardjes gericht. Al snel komen ze dichterbij, want we staan natuurlijk strategisch opgesteld in de buurt van hun drinkplek. De echte paparazzi kunnen het natuurlijk niet laten om nog wat dichterbij proberen te komen, maar niet te dichtbij, daar steken de parkwachters wel een stokje voor. Het aardige is trouwens dat deze Przewalsky paardjes, of in elk geval hun voorouders, echte Hollandsche import zijn. De oorspronkelijke paardjes in Mongolië waren allemaal uitgestorven, maar door een initiatief uit ons kleine landje zijn een aantal exemplaren uit Blijdorp en een park bij Lelystad weer uitgezet op de Mongolische steppen. In het kleine museum worden de betrokken Nederlanders geeerd en ook WA en Maxima blijken enkele jaren geleden het park met een bezoek vereerd te hebben (evenals Agnes van Ardenne, maar die werd met aanzienlijk minder eerbetoon ontvangen, getuige de foto’s). Toch valt het moeilijk te rijmen: zouden die Mongoolse horden van de Khans nu echt op van die kleine paardjes een wereldrijk hebben gesticht? Vanmorgen hebben we een bezoek gebracht aan Karakorum, de oude hoofdstad van het Mongoolse rijk. Van Karakorum zelf is niks over, behalve een schildpadsteen die op de hoek van de stad stond om de stad te bewaken tegen onheil. Van de stenen van Karakorum is enkele eeuwen geleden een boeddhistisch klooster gesticht, waar vrede en deugdzaamheid wordt gepreekt. Het graf van Djengis is nooit gevonden, en in de legenden wordt beweerd dat de mannen die zijn graf hebben gegraven allemaal zijn gedood zodat ze de plek niet konden veraden, maar als hij geweten zou hebben wat er met de stenen van zijn oude hoofdstad is gebeurd zou hij er zich vast in omdraaien.

De dag na de przewalsky paardjes was het tijd om terug te gaan naar Ulaan Baator en na snel mijn spullen gepakt en wat inkopen gedaan te hebben op naar het station voor de nachttrein en aansluitend de nachtbus naar Beijing. Vaarwel Mongolie!

One world, one dream

In Beijing heeft de Olympische gekte werkelijk volledig toegeslagen. Geen muur zonder Olympisch logo, geen straat zonder Olympische vlaggen, geen park zonder Olympische sportfiguren, geen entree zonder ringvorig geknipte heggen. In de metrostations hangen overal posters met het telefoonnummer om te bellen voor info over de spelen. Op de hoek van elke straat zitten vrijwilligers in Olympische shirts om informatie te geven, overal lopen Chinezen met Olympische t-shirts, in elke souvernirshop, van de Lama-tempel tot het Keizerlijk paleis, worden Olympische mascottes verkocht.

Het motto van deze spelen, “One world, one dream” staat in tientallen talen op vrijwel elk zichzelf respecterend gebouw of hekwerk. Er rijden speciale olympische bussen, er is een levendige zwarte handel in kaartjes (tot 7000 euro per stuk, voor de meest spectaculaire wedstrijden). In dit geval zeggen de plaatjes denk ik genoeg.

 

VIPs spotten in het Holland House

Gisteren heb ik de hele dag doorgebracht in de Verboden Stad en het daarnaast gelegen Jingshan Park. Maar ik ga de lezer vandaag niet vervelen met historische feitjes, foto's van de boom waar de laatste Ming keizer zich heeft opgehangen toen de boerenlegers Beijing innamen of verhalen over de zingende, dansende en musicerende Chinezen die op zondag het park onveilig maken. Mensen die hierin geinteresseerd zijn verwijs ik graag door naar de talloze bronnen op internet, nodig ik uit om een keer onder genot van een bak noodles foto's en video te komen kijken of raad ik aan om de film "The Last Emperor" te huren om alles te weten te komen over het leven van de laatste Chinese keizer Puyin in de Verboden Stad. Nee, vandaag wil ik het hebben over een ander cultureel fenomeen: de Nederlanders in Beijing, deze weken elke avond te vinden in het Holland Heineken House.

Het Holland House is niet lastig te vinden: als je het metrostation uitkomt baadt je meteen in een zee van oranje licht. Eenmaal binnen vind je eerst balies waar je tickets kan kopen voor wedstrijden en billboards met het laatste nieuws, winkeltjes waar je oranje shirts kan kopen en rood-wit-blauwe vlaggen etc. Als je je hier doorgeen hebt geworsteld loop je door een chinese tuin naar buiten naar wat ik maar de "biertuin" zal noemen: een grote open ruimte met statafels, snacktenten waar ze patat met mayo en broodjes kroket verkopen en waar natuurlijk Heineken wordt geschonken.

Als je verder loopt het tweede gebouw in kom je in de feesthal waar onder andere de huldigingen plaatsvinden. Bij het cashpoint koop je je consumptiekaart en vervolgens loop je door naar voren waar een uitzinnige oranje massa staat te hossen op degelijke kwaliteitsmuziek zoals "Holland is ok, ole, ole!" en de onverslaanbare zomerhit "Viva Hollandia", met een enigzins aangepaste tekst voor de Olympische spelen. Bandjes vermaken het oranje publiek verder met de bekende klassiekers, later afgewisseld door DJs voor het meer dansbare en minder hossende geluid.

Maar dit alles natuurlijk niet voordat de kampioenen zij gehuldigd. Eerst worden de coaches van de winnaars uitgebreid in het zonnetje gezet, maar dan uiteindelijk komen de dames (ja heren, voorlopig zijn het alleen maar dames die voor ons gouden plakken binnenslepen) zelf op het podium: vier meiden die op de 4x100 meter estafette vrije slag goud hebben gewonnen en vervolgens twee roeisters die hetzelfde hebben gepresteerd op de "dubbele twee".

En iedereen die wat is op sportgebied moet natuurlijk gezien worden in het Holland House. JP, WA en Maxima zijn allemaal al langsgeweest, evenals de verplichte ministers en staatssecretarissen. Maar de echte sportVIPS zijn er natuurlijk twee weken lang. Dus je botst in de wandelgangen tegen Erica Terpstra op, wandelt langs Inge de Bruijn (die later nog haar mede-zwemmers op het podium mag feliciteren), staat oog in oog met Mart Smeets of spot Jack de Gelder die een interview geeft voor de Chinese TV. Maar daar laat de nuchtere hollander zich gelukkig niet door afleiden: na alle huldigingen en gejuich van alle trainers, reservespelers en iedereen die mee heeft geholpen om een gouden plak binnen de slepen wordt er tot in de nacht doorgefeest. En als om 2 uur de tent sluit zwerft het oranje legioen uit over de nachtclubs in het omringend gebied om het feetsje nog even voort te zetten.

De eerste keizer

Qin Shi Huang wordt gezien als de eerste keizer van China. Hoewel hij rond 200 jaar voor Christus maar kort aan de macht was heeft hij in zijn korte regeerperiode toch aardig wat voor elkaar gekregen. Zo was Qin de grondlegger van de Chinese muur. Nadat hij voor het eerst de koninkrijkjes in China had verenigd in een groot keizerrijk vond hij het verstandig om een verdedigingsmuur te bouwen tegen de constante invasies van Mongoolse stammen in het noorden. De muur (of eigenlijk "muren") werden uitgebreid tot een uiteindelijke lengte van meer dan 6000 km, waarvan de hoofdmuur 2400 km lang zou worden. Dat was ons een beetje te lang. Dus besloten Marshall en ik om samen met twee meiden uit Schotland om de meer haalbare toch van Jin Shang Ling naar Simatai te doen. Bij de trouwe, oplettende lezer gaat er als het goed is een belletje rinkelen: die naam hebben we eerder gehoord. Dat klopt, het is dezelfde Marshall die in Novosibirsk een nacht bij mij in de tent had geslapen toen hij geen slaapplek had. Destijds in het internet café aldaar hadden we al gezien dat we rond dezelfde tijd in hetzelfde hostel in Beijing zouden zitten. Ik heb onvermeld gelaten dat ik hem in Mongolië ook al even tegen het lijf was gelopen op het postkantoor van Ulaan Baatar, maar toen hadden we allebei een beetje haast dus bleef het bij "We zien elkaar volgende week wel ergens in Beijing".

Het stuk muur tussen Jin Shang Ling naar Simatai is "slechts" 10 km hemelsbreed, maar als je ziet hoe de muur slingert, zowel horizontaal als verticaal, dan leg je uiteindelijk een veel grotere afstand af. Er staat dan ook vier uur voor, maar Marshall en ik hebben het, ondanks de brandende zon aan het begin (later werd het gelukkig wat bewolkt) in drie en een half uur geklaard en ondertussen flink gediscussieerd over de verschillen tussen de Amerikaanse en Europese politieke stijl en natuurlijk het toekomstig presidentschap van Obama. Sommige stukken van de muur zijn redelijk rechttoe rechtaan, maar soms moet je echt met handen en voeten steil omhoog klauteren  langs brokkelige stukken steen. Om de zoveel tijd kom je langs een wachttoren (in totaal 30 stuks) waar arme Chinezen proberen je een " I climbed the Great Wall"  T-shirt te verkopen, of een flesje water of, ik meen het serieus, halve liters bier. De torens zijn overigens wel een goed rustplek, sommige ramen geven een heerlijke tocht en je hebt even tijd om je T-shirt uit te wringen en te laten drogen. En als leuk extraatje in Simitai een pit lijn om af te dalen en de rivier over te steken.

Zo'n muur is natuurlijk nogal een megalomaan project. Maar Qin heeft het nog gekker gemaakt. Van de muur kan je nog zeggen dat die enig nut had: er zijn veel oorlogen door in de kiem gesmoord waardoor talloze chinezen door de eeuwen heen een vredig leven hebben kunnen leiden. Maar de man was zelf als de dood voor de dood en wilde er zeker van zijn dat hij in het hiernamaals ook als machtige keizer kon regeren. Dus was het zaak dat hij ook na zijn overlijden zou kunnen beschikken over een grote krijgsmacht. Tja, wat doe je dan? Dan zet je de hele bevolking aan het werk om een heel leger te laten bouwen van terra cotta soldaten.

Dat komt dus neer op 6000 man infanterie, boogschutters, cavaleristen (inclusief terra cotta paardjes) en strijdwagens. Je bouwt een ondergronds legerkamp en zet al die soldaten daar neer, naast een minstens zo megalomane graftombe onder een tientallen meters hofe heuvel met een volledige dodenstad er omheen. Na je heengaan laat je je vervolgens begraven met je hele hofhouding inclusief vrouw en bijvrouwen en je broers. Van je familie moet je het maar hebben. De regeerperiode van de Qin heeft niet lang geduurd: na twee decennia aan de macht te zijn geweest kreeg de beste man een hartaanval tijdens een inspectie van zijn leger. Na zijn dood kwamen de boeren al snel in opstand tegen deze waanzinnige verering van de vereniger van China en was het afgelopen met de dynastie van Qin. De Han die het overnamen verbeterden de muur en breidden die uit en investeerden in handel met het westen en in 221 v. Chr. was de zijderoute geboren.

Reis in de tijd

Xi'An is een symbool voor het oude China. Tot de 13e eeuw was het de hoofdstad van het grote Chinese Rijk en de eerste bewouwing hier dateert uit de periode rond 6000 v. Chr. getuige de archeologische restanten van een dorp uit de steentijd. Na enkele eeuwen op de tweede rang groeit Xi'An de laatste decennia weer als kool (en ook dankzij kool, als ik zo eens kijk langs hoeveel roet uitstotende centrales in passeer als ik de stad in en uitrijd). Toch is China zicvh niet meer helemaal onbewust van de problemen met milieu en klimaat. In woord zie je overal al campagnes voor een beter milieu. Nu nog in daad...

Het China van de nieuwe tijd vind je echter vooral in Shanghai. Ooit begonnen als haven- en handelspost voor Westerse koloniale mogendheden heeft Shanghai na het afschudden van het oud-communistische juk de blik op de toekomst gericht. De beroemde Bund, de wandelpromenade langs het water, vormt de grens tussen twee stukken geschiedenis met aan de ene kant de oude koloniale gebouwen in neo-klassieke stijl en aan de overkant de futuristische skyline met de zeer herkenbare Oriental Pearl Tower (lokaal de TV-tower) en enkele van de hoogste gebouwen van Azie, met een top van 460 m.

Iets lager dan dat is de naastgelegen Jin Mao toren, tot voor kort de hoogste in China, maar inmiddels dus gepasseerd door zijn buurman die vanwege zijn spitse vorm met opening aan de bovenkant liefkozend "the bottle opener" wordt genoemd. De Jin Mao toren is "slechts" 420 m hoog en het observatieplatform op de 88e verdieping rijkt niet verder dan een schamele 380 m. De bovenste verdiepingen (vanaf 55) van het gebouw vormen het domein van het Grand Hyatt hotel. Omdat alle gasten natuurlijk een kamer met uitzicht willen is de kern van het gebouw vanaf de 55e verdieping ingevuld met een meer dan honderd meter diep atrium met een indrukwekkend uitzicht van boven af op de lounge van het hotel.

Vanaf de Jin Mao toren is de groei van Shanghai goed te zien. Tenminste: je ziet bebouwing tot zover het oog reikt, alleen reikt het oog niet zover als gevolg van de smog. Maar het blijft toch mooi, al die lichtjes.
Vanuit de haven van Rotterdam naar de haven van Shanghai, die reis is nu voltooid. Het was een reis door de tijd: De Olympische Spelen, de magie van de zonsverduisteringen, van een neolithische naar een feodale naar een communistische naar een kapitalistische en misschien straks naar de duurzaame maatschappij? Van achtduizend jaar oude dorpjes naar de magnetische zweeftrein die mij nu naar Pudong airport vervoert.